Een poëtisch raadsel

Een raadsel in verzen…

Mét gebruiksaanwijzing:
– lees eerst de twee vragen
– geef je antwoord
– lees verder
– glimlach

Wie haalt het hoogste blaadje
uit de bomen in het bos?
Is dat de olifant, de aap of de giraf
of misschien de slimme vos?

Wie plukt het hoogste.JPG

Ik, trompettert de dikke olifant,
met mijn lange slurf
kan ik makkelijk komen
bij de blaadjes in de bomen.
En hij plukte ze van de laagste tak,
hoger komen kan hij niet.

Ik, zeg de giraf, ik kan hoog,
hoger kan er niemand komen
Ik haal de hoogste blaadjes
uit de hoogste bomen.
En hij rekt en rekt, maar bij
de hoogste blaadjes komt hij niet.

Ik, lacht de vlugge aap,
klim veel hoger in de bomen
dan de olifant of de giraf,
ik kan veel hoger komen.
Maar de hoogste tak breekt af,
de hoogste blaadjes pakt hij niet.

Ik, denkt de kleine vos,
wacht tot het herfst is in’t bos,
dan laten alle hoge bomen
alle blaadjes los.”

(Leendert Witvliet
in: Edward van de Vendel en Carll Cneut (ill.), Fluit zoals je bent. De Eenhoorn
Fluit zoals je bent” brengt een selectie van Nederlandstalige dierengedichten waarin een bonte stoet van dieren de revue passeert.)

En, goed geraden?
Dit geestige gedicht van Leendert Witvliet blijkt tijdens voorleesmomenten telkens een voltreffer bij kinderen én volwassenen. Al die keren werd slechts één maal – echt waar- het juiste antwoord geraden – door de pientere zesjarige jongen S.
Fijne herfst gewenst!

Een voorproefje

Of wij onder de indruk zijn? Nou en of!

Over een jaar, september 2019, is het 17de eeuwse “Predikheren” opnieuw open voor het publiek. Aanvankelijk was het prachtige gebouw een klooster, daarna een militair hospitaal en in de 20ste eeuw een militaire kazerne. Binnenkort wordt het de nieuwe thuis van de stadsbibliotheek van Mechelen.
Deze maand staan de werfdeuren tijdelijk open en vanzelfsprekend gingen wij een kijkje nemen. En…WAUW!
Wandelen jullie even mee?

Een kopje thee drinken in de binnentuin met de heerlijke geur van kruiden. In kunstboeken snuffelen in de indrukwekkende kloostergang. Eerbied tonen voor de eeuwenoude grafzerken uit de belendende Predikherenkerk die in de vloer van de gang werden geïntegreerd.
Op de eerste verdieping de ziel van de vroegere kloosterbibliotheek terugvinden in de uitgebreide hedendaagse collectie. Kindervreugde horen in de jeugdbibliotheek op de tweede verdieping. Naar verhalen luisteren in de ruime voorleeshoek.
En blijven turen door de vele dakkapellen.

Voor ons is het zonneklaar: de Predikherenbibliotheek bezoeken wordt zoveel meer dan boeken kiezen en ontlenen. Het wordt een echte belevenis, keer op keer.

De mooiste weg

De eerste schooldag: een karamelleke voor onderweg:

De school is uit
ik ga langs de mooiste weg
een andere is er niet
de mooiste weg is
naar huis

Lisa Massaer, 7 jaar, 2004
uit: Dingen die je niet kunt zeggen
(een verzamelbundel met gedichten van laureaten van de poëziewedstrijden van Jeugd en Poëzie Vlaanderen en Stichting Kinderen en Poëzie Nederland, 2008)

Als de kat in huis is

Zweden en kinderboeken…Dan denken we spontaan aan Astrid Lindgren.
Pippi Langkous, Lotta en haar broer en zus, Madieken en Liesbet, de kinderen van Bolderburen,…Het zijn al decennia lang kameraadjes.

Wel, niet alleen zij, ook een oude man en zijn poes hebben de Zweedse kinderharten veroverd: Pettson en Findus, de populaire boekenreeks van Sven Nordqvist.
Ook mijn kinderen zijn Opa Pettson en in het bijzonder zijn poes Findus zeer genegen. (“Als we een poes krijgen, noem ik hem Findus!”) Samen rond het prentenboek waanden we ons echt bij hen thuis, in hun weinig ordelijke maar gezellige houten, rode huisje. ‘s Ochtends wandelden we samen naar het kippenhok. We smulden mee van de pannenkoekentaart om drie maal per jaar de verjaardag van Findus te vieren. En we grinniken om de mukkels, fantasiewezentjes die in de illustraties hun eigen verhalen beleven.

PEttson en Findus2e

@ Sven Nordqvist, Vossenjacht/Pettson gaat kamperen/Pannenkoekentaart/Toen Findus klein was. Uitgeverij Davidsfonds

Pettson en Findus zijn in Zweden een echt begrip. (Ik zag één van hun boeken eens opduiken in een Zweedse T.V.-reeks.) Het onafscheidelijke duo maakt zelfs deel uit van de immobiliënwereld. Een Zweedse kennis van mijn man vertelde dat het typische Zweedse houten, rode (zomer)huisje op het platteland – de droom van veel Zweden als tweede verblijf- aangeprezen wordt als “een huisje van Pettson en Findus”.

Zweeds huisje

Een huisje van Pettson en Findus. @ Travel Bird

Een huisje van Pettson en Findus…klinkt aanlokkelijk want gezelligheid verzekerd!
Of toch eerst even binnengaan in dat peperkoekenhuisje met die aardige oude vrouw? We blijven niet lang hoor.

(Opgedragen aan poes Spatje, de jonge kater van onze twee neefjes. Met zijn olijke capriolen doet hij me aan Findus denken. Geef die poes een groen petje en een groen gestreept broekje, dacht ik, en daar heb je nog een Findus.)

Een stukje uitgeknipte hemel

Een heerlijke zomerdag. Theetijd op ons terras. Onze vlinderstruik buigt eerbiedig voor zijn bezoekers.

Mijn blik volgt een koolwitje, een kleintje, “dat naar me toe fladdert, nooit in een strakke lijn, altijd wat onzeker, op en neer zigzaggend en dwarrelend“. (Geert De Kockere). Spontaan denk ik aan woorden en beelden die deze natuurpracht proberen te vatten; die prachtige beestjes “zo mooi als een stukje uitgeknipte hemel“. (Annemarie van Haeringen).

Vlinder

(c) In wijzerzin: Rébecca Dautremer, Het bos slaapt, Uitgeverij Davidsfonds. Annemarie van Haeringen, Beer is op Vlinder, Uitgeverij Leopold. Eric Carle, Rupsje Nooitgenoeg, Uitgeverij Gottmer Edward van de Vendel en Carll Cneut, Eén miljoen vlinders, Uitgeverij De Eenhoorn

Er is het hongerige Rupsje Nooitgenoeg dat zich in de klassieker van Eric Carle na een waar eetfestijn ontpopt tot een schitterende vlinder. Er is de weldadige kleurenpracht van Carll Cneut (“Een miljoen vlinders“); de ingetogen schoonheid van Rébecca Dautremer (“Het bos slaapt“); de vederlichte penseelstreken van Annemarie van Haeringen (“Beer is op Vlinder“).
Er is ook het koolwitje van Bart Moeyaert (“De vlinder en de rechte lijn“) dat ons stof tot nadenken geeft.

Wat denk je: is de vlinder altijd onderwég of is de vlinder altijd érgens?

Een meisje in Brussel

Deze week liep ik nog eens binnen in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten op de Kunstberg in Brussel, in de afdeling Oude Meesters. Het was bijzonder lang geleden.
Ik wandelde van schilderij naar schilderij en mompelde meer dan eens woorden van ontzag bij zoveel meesterschap. (En was verbaasd dat verschillende schilderijen waren verwijderd wegens regeninsijpeling.)

Aan een zijpaneel – je kon er zo aan voorbij lopen – hing een klein portret van een jong meisje, geschilderd door een anonieme meester (eerste kwart 16de eeuw). Ze kijkt weg van de toeschouwer, haar blik is ernstig – of is het droevig of boos?. Wat denkt ze? Wat voelt ze? Het is gissen. Het lijkt mij alsof ze niet tot deze wereld behoort. Bij nader toezien houdt ze in haar handen een dood vogeltje.

Het meisje met de dode vogel

@ Meisje met de dode vogel, inv.4434, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten Brussel

Het meisje met de dode vogel” raakte me meteen. “Dat is van Ingrid Godon!” herhaalde ik steeds in gedachten. Echt, dit meisje deed me zo denken aan de portrettengalerij die Ingrid Godon maakte voor het boek “Ik wou” met Toon Tellegen. Deze gedachte liet me niet meer los.

Ingrid Godon

@ Toon Tellegen en Ingrid Godon (ill.), Ik wou, Uitgeverij Lannoo

Zou Ingrid Godon dit portret kennen, vroeg ik me af. Zou ze zich op dit meisje geïnspireerd hebben? Ze houdt van portretten van Italiaanse en Vlaamse meesters; het is een bron van inspiratie – dat weten we uit de inleiding van “Ik wou”. Maar dit specifieke portret?

Ik zou het haar kunnen vragen, maar ach, mij maakt het eigenlijk niet uit. Want komt Inspiratie, die haast letterlijke inblazing van ideeën, immers niet voort uit het kostbare weefsel van indrukken, ervaringen, herinneringen?
Ja, misschien neemt mijn fantasie een loopje met mij, hoor! Hoe het ook zij, het blijft toch mijn eigen mooie verhaal…

(Laat dit bericht ook een uitnodiging zijn om de tijdelijke tentoonstelling “De mooisten van het land. Een portrettengalerij” rond illustratoren Ingrid Godon en Fatinha Ramos te bezoeken. In Villa Verbeelding (voormalig Literair Museum) in Hasselt, tot 12 januari 2019. Meer informatie via www.villaverbeelding.be

 

 

Kunst kijken in Mechelen

Deze week deden wij onder een stralende zon de kunstroute “Grote Kunst voor Kleine Kenners“, naar het gelijknamige werk van illustratrice Thais Vanderheyden.

Nee, ik heb het niet over de populaire doe – expo in Fort Napoleon in Oostende. Wel over de korte wandeling (30 min.) in de oude binnenstad van Mechelen langs tien bewerkte meesterwerken op… jawel… elektriciteitskasten. (Jammer genoeg zijn enkele kasten niet goed zichtbaar. Mensen die de kunstroute niet kennen wandelen er vaak nietsvermoedend voorbij. Een gemiste kans.)

Grote Kunst1

Thais Vanderheyden bewerkte beroemde meesterwerken, gaande van Van Eyck tot Jackson Pollock, door dieren als personages te gebruiken en grappige details toe te voegen. Op die manier kunnen kinderen spelenderwijs kennis maken met kunst met grote K.
Zeer zeker een nobele opzet.

En toch, de boekenreeks kan mijn kinderen niet echt bekoren. Slechts bij uitzondering zijn ze enthousiast over de bewerkingen. Veel liever bewonderen ze het origineel – dat ze al kennen van een museumbezoek of van op school, of dat een aangename eerste kennismaking is. Mijn 11-jarige en 8- jarige vinden zich ook te oud voor deze boeken. Ook al vallen ze duidelijk binnen de doelgroep; zijzelf beschouwen het als een reeks voor jongere kinderen.
Een uitgesproken mening dus.

Maar, doe zeker deze wandeling in het mooie historische centrum van Mechelen. Dat is gewoon een kunstwerk op zich!

(Meer informatie over de wandeling via http://www.uitinmechelen.be)

Onze zomer met Anna

Anna Woltz komt regelmatig met ons mee uit de bibliotheek. Bij elk bezoek vertelt de Nederlandse verhalen waar mijn oudste zich kan aan laven.

AangespoeldMijn bijzonder rare week met Tess, Meisje nummer 18Gips, Ik kan nog steeds niet vliegenAlaskaZondag, maandag, sterrendag … Ja, de 36-jarige Woltz heeft al een indrukwekkend oeuvre bijeen geschreven.

Anna Woltz

Recensenten zijn doorgaans lovend over haar werk; het wordt als helder, vlot, spannend en tegelijkertijd ontspannend omschreven.
Ook kinderen zijn dol op haar verhalen. De voorbije acht jaar won ze maar liefst vier maal de Eerste Prijs van de Vlaamse Kinder– en Jeugdjury (KJV), een lezersjury die uitsluitend uit kinderen bestaat.

Wanneer mijn oudste Woltz’ boeken leest, zie ik haar met ‘boekenogen’ lezen. ‘Boekenogen’ zijn ogen die lichtjes opengesperd blijven, nauwelijks lijken te knipperen, die woord na woord, bladzijde na bladzijde verslinden tot het allerlaatste woord is opgezogen. Alsof er een dwingend bevel van het boek uit gaat dat luidt: LEES.MIJ.NU!

Wat ons betreft is het duidelijk: onze zomer is voor jou, Anna!

Ahoy!

De jeugdbibliotheek van Mechelen zet graag nieuwe aanwinsten (letterlijk) in de kijker. Om ons te prikkelen, uit te nodigen en te verrassen.
Op die manier ontdekte ik vorig jaar Reine De Pelseneer, een tot dan voor mij relatief onbekende Vlaamse auteur. Ik bladerde in haar nieuwe gedichtenbundel Ahoy! (ill. Ann de Bode) en … was meteen verkocht.

ahoy

@ Reine De Pelseneer en Ann de Bode (ill.), Ahoy!, De Eenhoorn

Niet elke recensent is helemaal overtuigd. Ja, ongetwijfeld bestaat er kinderpoëzie die subtieler, diepzinniger, ‘volwassener’ is. Maar ik lees regelmatig uit Ahoy! voor, thuis of in de bibliotheek,  en ik merk duidelijk dat haar gedichten bij kinderen in de smaak vallen.

In mijn (moeder)ogen verwoordt Reine De Pelseneer vaak precies hoe jonge kinderen denken en voelen. Ze lijkt goed naar kinderen geluisterd te hebben. Het lievelingsgedicht van mijn jongste is bijvoorbeeld ‘Logeren’, want zij kijkt telkens reikhalzend uit naar het logeermoment met haar nichtje. “We babbelen tot ‘s avonds laat en lachen om het meest. Dus nu weet ik het zeker: logeren is een feest.” Inderdaad, zo verlopen logeerpartijtjes …
Reine De Pelseneer biedt toegankelijke en duidelijke poëzie. Ideaal als eerste kennismaking of als opstapje naar andere (subtielere) poëzie. Hoeveel kinderen lezen of luisteren tegenwoordig nog naar poëzie, buiten de schoolcontext? Haar gedichten zijn ideaal om voor te lezen én om naar te luisteren. Niet elk gedicht leent zich immers zo maar tot voorlezen aan minder  geoefende oren.

Een tijdje geleden las ik in de bibliotheek aan een derde leerjaar ‘De dingen’ voor: “Als je goed kijkt, heeft de kraan een slurf. De brievenbus hapt brieven met haar bek en de windmolen wuift tot ik duizel als gek. (…) Al lijken de dingen saai en stil, ze beginnen te leven als jij dat wil.” Spontaan wees een jongen naar de voorleeszetel – zo een ouderwetse zetel waarin je lekker achterover kan leunen – en riep: “Kijk, dat is precies de opengesperde muil van een nijlpaard!” Waarop ook de andere leerlingen enthousiast in het rond keken en luidop over ‘dingen die leven’ fantaseerden.
Prachtig, toch?