Dertig jaar later

Blozende kaken had ik. En wellicht ook rode oortjes. Want het ging over de eerste verliefdheid, handjes vasthouden en kussen. Voor de prille tiener die ik toen was een onbekende, spannende wereld.

Bijna 12 was ik en ik las Duet met valse noten, de debuutroman van een piepjonge Bart Moeyaert. Een intense ervaring waarbij ik het verhaal helemaal beleefde, alsof ik de hoofdpersonages écht kende. Jaloers was ik op hun ontluikende liefde (want ik had zelf kriebels maar durfde niks te zeggen). En dan: de ergernis om hun koppigheid tijdens de ruzie; de schok van het ongeval; de tranen om hun verwijdering en de hoop dat alles goed zou komen. Want voor mij komt het weer goed want ze horen bij elkaar. Liselot en Lander. Lander en Liselot.

duet met valse noten

 

De cover van Duet met valse noten uit de jaren ’80.

Later, als adolescent en volwassene, verloor ik Bart Moeyaert enigszins uit het oog. Best gek eigenlijk, want zijn boeken werden steeds bejubeld en veelvuldig bekroond. En toch.

Die dag neem ik bij een kop thee de lovende recensie over zijn nieuwste jeugdroman Tegenwoordig heet iedereen Sorry door. Op slag reis ik terug in de tijd: hoe ik voor het boekenrek in de kleine jeugdbibliotheek van mijn geboortedorp sta, Duet met valse noten vastneem en tegen mezelf zeg dat Lander echt een wel een rare naam is. De herinnering voelt als een onverwachte, hartelijke ontmoeting met een jeugdliefde. Natuurlijk, bedenk ik, hoe kon ik hem vergeten… Bart Moeyaert.

Hier, lees dít eens, zeg ik aan mijn bijna 12 – jarige dochter. Het klinkt haast als een bevel. Ik overhandig haar Duet met valse noten. Stiekem sla ik haar gade. Snel weet ik: het verhaal laat ook haar niet los. Ze leest met dezelfde gloed als ik toen. Oogluikend sta ik toe dat ze ver na bedtijd verder leest. Ja, wat een mooi boek, zegt ze. Waarom precies weet ze niet. Hoeft ook niet. Ik heb genoeg gezien. Heeft ze in literair opzicht betere boeken gelezen (ook van Bart Moeyaert zelf)? Zeker wel. Maar daar gaat het niet om. Wel om wat ze voelde en ervaarde; om de herinnering.

Duet met valse noten als gedeelde herinnering van een moeder en een dochter. Het maakt me blij en dankbaar. En in mijn hoofd maak ik – klik- een beeld. Voor onderweg.

 

 

Doodgewoon

Ik kijk er even van op. Ze vlijt zich tegen me aan, als een poes die kopjes wil geven. Zoals Poes uit Groetjes uit Poesbekistan, het boek op mijn schoot.

Al lange tijd weet ik: het voorleesverhaal moet de aandacht delen met andere, op dat moment even belangrijke zaken: koalaknuffels, playmobilfiguurtjes, strips, huiswerk. Ik lijk soms aan de muren voor te lezen. En toch, ze hebben elk woord gehoord.

Maar nu, bij dit ontroerende boek over het verlies van Poes, onderbreekt ze haar spel en komt naar me toe. Ze voelt een nood aan geborgenheid. (En dan komt de vraag: “Moeke, mogen wij ook een poes? Alsjeblièf?” )

Doodgewoon

Over de dood, afscheid en rouw zijn veel boeken te vinden. Voor ons spant één boek de kroon.

Boeken over “zware” onderwerpen zoals de dood, zijn bij ons thuis altijd vanzelfsprekend geweest. Niet zozeer als voorbereiding of ondersteuning van een proces (dan net niét, vinden we); wel als natuurlijk facet van het leven. Over de dood, afscheid en rouw zijn aardig wat boeken te vinden. We lazen ontroerende maar fijne verhalen (Lieve Oma Pluis, En dat is heel wat voor een kat, Hanna en ik). Maar ook verhalen die hen minder bekoorden (Springdag, Erik en Opa, Nooit is voor altijd). Net té filosofisch, net iets té verwarrend voor de kinderen: (met lichtjes angstige stem) “Komt die opa dan terug uit zijn graf? Dat kan toch niet? Of wel? Zal onze opa dat dan ook doen? Hoe dan?”. Ik juich uitdagende boeken toe, zeker wel. Maar wat heeft een kind er aan, denk ik, wanneer een boek grotendeels uitgelegd moet worden? Ja, dat kan de geest aanscherpen, maar ráákt het hen dan nog wel?

Ontroeren en bekoren. Dat doet Groetjes uit Poesbekistan zeker: Kim Crabeels met woorden, Seppe Van den Berghe met beelden. Het boek biedt de troost van een mok heerlijk warme chocolademelk, de geborgenheid van een spinnende poes aan je voeten, de warmte van een zacht dekentje op een kille herfstavond, de hoop van de eerste lentezon.

Groetjes uit Poesbekistan

Groetjes uit Poesbekistan is doodgewoon on-mis-baar in huis. Zoals een poes, wordt me gezegd.

 

Blaaskaak

1069 pagina’s.

Zoveel tijd heeft Don Quichot nodig om tot het besef te komen dat hij zich als een dwaas heeft aangesteld. Zijn strijd tegen onrecht en onrechtvaardigheid tijdens zijn dwaaltochten door het Spaanse platteland bleek keer op keer te berusten op waan en zelfbedrog. Zijn tegenstanders bleken windmolens, schapen, wijnzakken, theaterpoppen.

Don Quichot

Don Quichot en zijn dienaar Sancho Panza – vrij en oneerbiedig te vertalen als “Heer Blaaskaak en Vette Pens” – groeiden dankzij het werk De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes (°1616) uit tot iconische figuren in de wereldliteratuur. Velen kennen het werk, weinigen hebben het gelezen. Jullie wel? Ik beken: ik niet, op een paar hoofdstukken na.* Dat is geen literaire schande, hoor. Dat bewees onlangs Michael De Cock, auteur en publicist, regisseur en hoofd van de KVS Brussel. In een interview met Klara over zijn actualisatie van Jacques Brels musical L’homme de la Mancha bekende hij zonder schroom enkel het kinderboek gelezen te hebben.

Ja, van Cervantes’ kanjer werden sterk vereenvoudigde kinderversies gepubliceerd, die een tiental van zijn bekendste fratsen omvatten. Zoals de bewerking van James Reeves, A.G en W.J. Van Melle (vert.) en Sieb Posthuma (ill.) en in het bijzonder de vlotte, mooie en toegankelijke versie van Rosa Navarro en Francesco Rouira (ill.), vertaald door Peter Janssen. Een fijne eerste kennismaking voor oudere kinderen met dit literaire erfgoed.

Don Quichot voor kinderen? Ja, het kan werken, op twee voorwaarden. Vooreerst dat het verhaal vlot en helder geschreven is – Rosa Navarro’s werk leent zich dan ook veel beter tot (voor)lezen dan James Reeves’ complexere taal. En daarnaast dat de kinderen niet te jong zijn. Ik spreek uit ervaring, o ja! Ik las ooit een fragment uit Reeves’ versie over Don Quichot in het poppentheater voor aan kleuters en prille lagereschoolkinderen. Dat bleek veel te hoog gegrepen. De tekst was te moeilijk waardoor hun aandacht snel verslapte, de personages boeiden hen niet en het tragikomische aspect ontging hen volledig. Op geen enkel moment kon ik me via het verhaal met hen verbinden en ze verveelden zich dan ook stierlijk. Het was een fiasco. Ik heb er geen ander woord voor. Een wijze les, dat wel.

Nu, in de kinderversies wordt elk avontuur in één hoofdstuk verteld. Toch is het geen verhaal om snel af te ronden. Veeleer nodigt het uit tot traag (voor)lezen – in dagreizen, alsof we zelf met Don Quichot meesjokken.

Maar… laten we (als volwassen lezer) niet vergeten dat De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha meer is dan een cataloog van zijn strapatsen, véél meer. Cervantes weefde als eerste fictie en realiteit door elkaar; dat vormt in het tweede deel de kern van het verhaal. En de tussenverhalen met een bont allegaartje aan personages (priesters, handelaars, boeren, lichtekooien), die wij als langdradig of storend kunnen ervaren, zijn vaak echt vermakelijk en geestig en zitten vol wijsheden.

Dus, laten we dit monument op gepaste wijze eren. Door het te lezen. (Beloofd.)

 

(* Naar aanleiding van de 400ste sterfdag van Cervantes op 23 april 2016 werd als eerbetoon tijdens het Festival van Vlaanderen – Mechelen Don Quichot integraal door vrijwilligers voorgelezen. Onder meer in de bibliotheek van Mechelen en in Boekhandel Salvator. Hoe gezellig was dat, zeg!)

Beestenboel

Ken jij één kind dat niet van dieren houdt?
Vast niet.

Dieren zijn dan ook vanzelfsprekend in verhalen, gedichten en prentenboeken.
Nijntje, Klein Wit Visje, Kleine Ezel, Dikkie Dik, Pingu, Kikker, Rikki, Elmer, Kleine Muis, Kikker en Pad, Wolf en Hond, Vos en Haas… Peuters, kleuters en eerste lezers zijn er dól op.
Voor oudere kinderen vinden wij de boeken van Bibi Dumon Tak een echte aanrader.

Bibi Dumon Tak

@ Bibi Dumon Tak en Fleur van der Weel (ill.), Bibi’s bijzondere beestenboek, Querido. Bibi Dumon Tak en Martijn van der Linden (ill.), Winterdieren, Querido. Bibi Dumon Take en Fleur van der Weel (ill.), Bibi’s doodgewone dierenboek, Querido

In enge zin schrijft de Nederlandse informatieve boeken over dieren. Maar haar werk biedt zoveel meer: het is geestig, helder en sfeervol geschreven met een grote liefde en fascinatie voor het onderwerp. Bibi Dumon Tak is werkelijk een meester in dit genre. Luister even mee: “Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. De luiaard slaapt. Ssssst. Hij hangt ondersteboven aan zijn klauwen aan een tak. Als een harig hangmatje. Als het oerwoud om hem heen wakkert wordt, doezelt de luiaard verder. En als het oerwoud weer slapen gaat, soezelt de luiaard nog steeds.” (uit: “Bibi’s bijzondere beestenboek“). Wat een rake beschrijving! Waan jij je al in de jungle?

Mijn kinderen houden in het bijzonder van “Bibi’s bijzondere beestenboek“, “Winterdieren” en “Bibi’s doodgewone dierenboek“. Deze drie boeken bundelen korte dierenportretten met leuke en interessante weetjes over een bonte stoet van dieren, gaande van egels, rendieren, narwals en prieelvogels tot luiaards, luizen en zelfs teken. Elk dier – aaibaar of niet – is voor Bibi Dumon Tak uniek en bijzonder.

Deze kortverhalen zijn ook ideaal om voor te lezen: ze nemen kinderen mee naar een prachtige, vaak onbekende wereld. Kinderen verbazen en verwonderen zich over al die grote en kleine dieren te land, ter zee en in de lucht. Eén dierenportret is als een heerlijk aperitiefhapje dat hen trek geeft in meer. En méér willen ze zeker, geloof me.

Haar hele oeuvre werd in Nederland recent bekroond met de driejaarlijkse Theo Thijssenprijs voor kinder – en jeugdliteratuur, 60 000 euro waard. Volkomen terecht! Ze schrijft dan ook… beestig goed. (Deze kon ik niet laten liggen.)

(In het kader van Werelddierendag, 4 oktober)

Een poëtisch raadsel

Een raadsel in verzen…

Mét gebruiksaanwijzing:
– lees eerst de twee vragen
– geef je antwoord
– lees verder
– glimlach

Wie haalt het hoogste blaadje
uit de bomen in het bos?
Is dat de olifant, de aap of de giraf
of misschien de slimme vos?

Wie plukt het hoogste.JPG

Ik, trompettert de dikke olifant,
met mijn lange slurf
kan ik makkelijk komen
bij de blaadjes in de bomen.
En hij plukte ze van de laagste tak,
hoger komen kan hij niet.

Ik, zeg de giraf, ik kan hoog,
hoger kan er niemand komen
Ik haal de hoogste blaadjes
uit de hoogste bomen.
En hij rekt en rekt, maar bij
de hoogste blaadjes komt hij niet.

Ik, lacht de vlugge aap,
klim veel hoger in de bomen
dan de olifant of de giraf,
ik kan veel hoger komen.
Maar de hoogste tak breekt af,
de hoogste blaadjes pakt hij niet.

Ik, denkt de kleine vos,
wacht tot het herfst is in’t bos,
dan laten alle hoge bomen
alle blaadjes los.”

(Leendert Witvliet
in: Edward van de Vendel en Carll Cneut (ill.), Fluit zoals je bent. De Eenhoorn
Fluit zoals je bent” brengt een selectie van Nederlandstalige dierengedichten waarin een bonte stoet van dieren de revue passeert.)

En, goed geraden?
Dit geestige gedicht van Leendert Witvliet blijkt tijdens voorleesmomenten telkens een voltreffer bij kinderen én volwassenen. Al die keren werd slechts één maal – echt waar- het juiste antwoord geraden – door de pientere zesjarige jongen S.
Fijne herfst gewenst!

Een voorproefje

Of wij onder de indruk zijn? Nou en of!

Over een jaar, september 2019, is het 17de eeuwse “Predikheren” opnieuw open voor het publiek. Aanvankelijk was het prachtige gebouw een klooster, daarna een militair hospitaal en in de 20ste eeuw een militaire kazerne. Binnenkort wordt het de nieuwe thuis van de stadsbibliotheek van Mechelen.
Deze maand staan de werfdeuren tijdelijk open en vanzelfsprekend gingen wij een kijkje nemen. En…WAUW!
Wandelen jullie even mee?

Een kopje thee drinken in de binnentuin met de heerlijke geur van kruiden. In kunstboeken snuffelen in de indrukwekkende kloostergang. Eerbied tonen voor de eeuwenoude grafzerken uit de belendende Predikherenkerk die in de vloer van de gang werden geïntegreerd.
Op de eerste verdieping de ziel van de vroegere kloosterbibliotheek terugvinden in de uitgebreide hedendaagse collectie. Kindervreugde horen in de jeugdbibliotheek op de tweede verdieping. Naar verhalen luisteren in de ruime voorleeshoek.
En blijven turen door de vele dakkapellen.

Voor ons is het zonneklaar: de Predikherenbibliotheek bezoeken wordt zoveel meer dan boeken kiezen en ontlenen. Het wordt een echte belevenis, keer op keer.

De mooiste weg

De eerste schooldag: een karamelleke voor onderweg:

De school is uit
ik ga langs de mooiste weg
een andere is er niet
de mooiste weg is
naar huis

Lisa Massaer, 7 jaar, 2004
uit: Dingen die je niet kunt zeggen
(een verzamelbundel met gedichten van laureaten van de poëziewedstrijden van Jeugd en Poëzie Vlaanderen en Stichting Kinderen en Poëzie Nederland, 2008)