Halte Poëzie #7

 

Was ik zee

Als ik de zee was, zou ik aan komen rollen

dat lijkt me wel geinig als ik zo begin.

En net voordat je voor mij weg wilde hollen

trok ik me weer terug, de branding in.

 

Als ik de zee was, liet ik schelpen aanspoelen

speciaal voor jou, zoek de mooiste maar uit

die jij wilt bewaren en in je hand wilt voelen.

Ik zorgde daarbij voor zacht ruisend geluid.

 

Als ik de zee was maakte ik zandribbels met water

die ‘s avonds glimmeren bij de ondergaande zon.

En dan herinner jij je veel en veel later

hoe jij daar uren naar kijken kon.

(Karel Eyckman)

Halte Poëzie #6

Winterochtend

Ik loop naar buiten en zie meteen

dat ik besta: mijn adem is een wolk.

De deur van de schuur snurkt nog

 

en mijn fiets heeft geen zin om mee

te gaan. Het wiel sleept een beetje

en de ketting hoest, maar het moet.

 

School bestaat ook in de winter als

het guurt en de dag lekker uitslaapt

onder een deken van nacht en mist

 

en dauw. Dan zie ik jou, net zo dapper

als ik, het schoolplein op gaan. Je zwaait,

en heel, heel de wereld wordt wakker.

(Ted van Lieshout)

Halte Poëzie #3

De oude eik

Elke keer, als ik hem zie,

dan zwaait hij al van verre.

De oude eik

in het vergeten

stukje bos.

Met aan z’n voet

het zachte mos.

Ik streel hem

over z’n gekloofde bast,

spreid mijn armen

en houd hem even vast.

Zo praten we weer wat bij.

En als dan weer

de stilte valt,

dan voel ik hem.

En hij voelt,

denk ik, mij.

(Willem Wilmink)

Halte Poëzie #1

Klanken vangen, letters rijgen aan je punt, een woord krijgen en nog een wonderwoord of honderd. Een zin is het begin van een reis*…

Een Poëzieweek (30 januari- 5 februari) in zeven haltes.

 

Ochtend

Mijn tuin slaapt.

Ik zie zijn adem:

mist tegen het raam.

Mijn tuin droomt

van geel en blauw.

En wat hij droomt,

dat zal bestaan.

Als de zon is opgegaan.

 

(Sjoerd Kuyper)

 

 

 

 

* Uit: Zin van Mary Heylema