Zomerdollen

Daar is de zon (of niet)! Daar is de zomer! En dan mag een seizoenskaramelleke natuurlijk niet ontbreken.

Blootsvoets

In de zomer keert het huis

binnenstebuiten. Het zand

kruipt tussen onze lakens en

de lakens tussen de struiken.

We slapen in tenten die naar

winter ruiken en de stortbui

duurt, maar bang worden we

nooit. We hebben papa die

ons over zijn schouder gooit.

Ons bed wordt korter dan

de rest. De dagen worden

ouder. We lopen blootsvoets.

Zonder schoenen zien we

niet dat onze voeten groeien.


(Bart Moeyaert)

Voorbij de cijfers

Al te vaak zijn ze slechts onderdeel van statistieken of algemene analyses, al die naamloze slachtoffers van de geschiedenis.
Maar hebben niet alle doden, gewonden, vermisten, vluchtelingen en ontheemden een uniek persoonlijk verhaal dat er toe doet?
Wie kent deze vergeten mensen nog?
Wie noteert hun verhaal?
En ook: wie luistert?
Naar hen luisteren is een oprechte erkenning van hun mens-zijn.
Dat besefte ik eens te meer door het beklemmende autobiografische tweeluik van de Duitse schrijfster Natascha Wodin (1945).

In Ze kwam uit Marioepol en Ergens in dit duister ontrafelt Wodin het verborgen verleden van haar moeder en haar vader in een poging ook zichzelf beter te leren kennen. Als dwangarbeiders uit Oekraïne blijven ze na 1945 als ‘ontheemde buitenlanders’ in Duitsland, ontworteld en gedoemd tot een leven aan de onderkant van de samenleving. Ze vinden er hun plaats niet. Ze voelen geen grond onder hun voeten. Ze horen er nooit bij.
Ze probeert het fascinerende maar tragische leven van haar aristocratische moeder te reconstrueren, voor wie het leven te zwaar bleek en die zelfmoord pleegde toen Natascha tien was. Ze rekent af met haar stugge vader, met wie ze een moeizame, gecompliceerde relatie heeft. Door zijn hardnekkig stilzwijgen blijven veel vragen over zijn verleden onbeantwoord.

Het zijn twee aangrijpende portretten van twee mensen die voor hun dochter uiteindelijk grotendeels vreemden blijven.

Ik heb beide boeken af en toe opzij moeten leggen, om even op adem te komen. Voor ons, lezers, is haar verhaal gewoon fictie. Voor haar is het ‘gewoon’ haar léven. Ze kan niet ontsnappen.
Ze schrijft enigszins zakelijk, zonder pathos. Ze presenteert zich in geen geval als slachtoffer. Ze heeft het gered, zoals ze zelf aangeeft. Maar ze kan het niet mooier of zachter maken dan het is.

Dit is wat oorlog kan aanrichten.

Achter elk cijfer klopt een hart.

In het kader van Wereldvluchtelingendag 20 juni

Ze lezen niet meer (over de leesdip bij jongeren)

(5 min. read)


Over toen
Ik heb in mijn jeugd geen enkel boek van Roald Dahl gelezen. Meer zelfs, ik had in die tijd nog nooit over hem gehóórd. De Grote Vriendelijke Reus, Mathilda, Daantje, Sjakie, Willie Wonka en al die andere iconische personages van Roald Dahl waren vreemden voor mij. In jeugdliteratuurkringen wordt deze uiting van literaire barbaarsheid vaak op groot ongeloof onthaald. Meestal haal ik dan ietwat beschaamd mijn schouders op. Het is inderdaad opmerkelijk nu ik erop terugkijk. Klaarblijkelijk heb ik zijn oeuvre in onze kleine bibliotheek over het hoofd gezien – ik veronderstel dat zijn boeken er toch te vinden waren. Het is vooral opvallend dat zelfs op de lagere school niemand deze gretige lezer naar Dahls fantastische verhalen heeft geleid.
Tips en aanmoedigingen heb ik ook echt gemist toen ik als dertienjarige het beperkte aanbod in de jeugdafdeling was ontgroeid en geen flauw idee had van wat ik nu kon lezen. Ik doolde doelloos rond in de bibliotheek, koos titels die niet bij me pasten, was te bedeesd om advies te vragen en haakte al gauw gedesillusioneerd af. De gepassioneerde lezer was niet meer. Mijn leesdip heeft flink wat jaren geduurd want gaandeweg kreeg ik andere interesses waarbij lezen niet belangrijk was.

Van ontnuchtering …
De leeftijd rond 12 – 13 jaar is nog steeds een cruciale lees-leeftijd. Rond die leeftijd begint de belangstelling voor lezen significant af te nemen. De Vlaamse cijfers inzake leesplezier zijn ontluisterend. Volgens vergelijkend internationaal onderzoek* leest een derde van de Vlaamse tienjarigen voor het plezier – in 2006 was dat nog bijna de helft. Bijna een derde heeft dan weer een negatieve houding t.o.v. lezen. Vlaanderen bengelt op dit vlak samen met Nederland en Zweden helemaal onderaan in de groep van 16 West-Europese landen. In diezelfde groep scoren Portugal, Spanje en Ierland het hoogst inzake leesplezier.
Van de Vlaamse vijftienjarigen beschouwt nog slechts 17% lezen als een hobby en zowat de helft vindt lezen puur tijdverlies – dit cijfer is het hoogste van alle 79 deelnemers. Ook tal van andere Europese landen scoren onder het internationale gemiddelde. Het leesplezier blijkt dan weer het sterkst in China, Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten, Colombia en Mexico en wat Europa betreft in Moldavië, Bulgarije en Polen.
Deze onderzoeken zijn internationale referenties, al wil ik ook enkele kanttekeningen maken. Wat wordt hier bijvoorbeeld onder de noemer ‘lezen’ verstaan? Gaat het enkel over het lezen van boeken of worden strips, tijdschriften of kranten (al dan niet digitaal) ook meegerekend? En wat en hoe was de vraagstelling? Bovendien komt het leesplezier enkel zijdelings aan bod; de focus is namelijk het meten en vergelijken van de leesvaardigheid en het begrijpend lezen. En er is evenmin enige toelichting over de mogelijke factoren bij het bescheiden leesplezier of de grote onderlinge verschillen. Het zijn in feite statistieken zonder veel analyse of duiding. Een helder beeld van de drempels, stimuli en opportuniteiten m.b.t. de leescultuur van kinderen en jongeren lijkt me nochtans primordiaal om een concreet en daadkrachtig leesbeleid te formuleren. Verrassend genoeg is er op dit vlak weinig onderzoek.

naar alarm
Voor beide leeftijdsgroepen is er dit jaar een nieuw ijkpunt. Ik ben nu al benieuwd naar de Vlaamse resultaten, in het bijzonder naar de houding van de tienjarigen. Toen in 2016 bleek dat ook het niveau van de leesvaardigheid (begrijpend lezen) in het Vlaamse basisonderwijs een flinke deuk kreeg – in West-Europa deden enkel Wallonië en Frankrijk het slechter – gingen op het departement Onderwijs de alarmbellen af. Er was nu – naast de verminderde aandacht voor begrijpend lezen an sich – ook een onweerlegbaar verband tussen de achteruitgang in leesvaardigheid en het lage leesplezier. Het is immers geen hogere wiskunde: wie meer voor het plezier leest wordt een steeds vaardiger lezer, wat op zich dan ook weer het leesplezier aanscherpt. Leidraden en (proef)projecten werden opgesteld om het leesonderwijs te professionaliseren, van de school een inspirerende leesomgeving te maken en bovenal de intrinsieke leesmotivatie – de innerlijke drijfveren om te lezen waarvan het leesplezier er één is – te stimuleren. Zou dit nieuwe leesbeleid al zijn vruchten afwerpen? We zullen zien. (Het leesbeleid zal ik wel eens in een andere blogpost uitklaren.)

Over Netflix en … onszelf
Voor de vijftienjarigen is er momenteel geen overkoepelend actieplan. Nochtans daalt ook in deze groep de gemiddelde Vlaamse score in leesvaardigheid significant. Dankzij een recent Nederlands onderzoek (midden 2020) bij een representatieve groep van jongeren tussen 12 en 20 jaar hebben we wel aanknopingspunten over hun leescultuur. Ik neem aan dat hun vaststellingen in grote lijnen ook voor Vlaamse jongeren gelden. We kunnen er nogmaals niet omheen: flink wat jongeren houden niet lezen, een kleine groep heeft er zelfs een hekel aan. Wat zijn hiervan de oorzaken? Wat denk jij? Denk je aan de alomtegenwoordigheid van Netflix, sociale media en gameconsoles als voornaamste oorzaak?

Het is inderdaad verleidelijk om te poneren dat deze nieuwe vormen van communicatie en entertainment verantwoordelijk zijn voor de verminderde leesinteresse bij jongeren, maar de realiteit bevat zoals zo vaak veel meer nuances. Digitale media blijkt niét de doorslaggevende verklaring voor de teruggang in leesplezier en leesvaardigheid bij Vlaamse jongeren (waarmee ik natuurlijk niet de impact wil minimaliseren). Globaal gezien hebben immers heel wat jongeren uit de deelnemende landen toegang tot series, games, smartphone of Instagram, dus hoe verklaren we de grote verscheidenheid die de internationale onderzoeken duidelijk onthullen? Heeft het dan ook met het onderwijssysteem (bijvoorbeeld verplichte lectuur versus vrije boekenkeuze?), didactiek, cultureel bewustzijn of mentaliteit te maken? Dat weten we niet zoals ik al aangaf.
Blijft natuurlijk wel dat veel jongeren, ook diegenen met een hoge leesmotivatie, in hun beperkte vrije tijd sociale media, muziek, TV en games (of andere waardevolle interesses zoals sport, jeugdbeweging of vrienden) boven boeken lezen verkiezen. Het vraagt veel minder inspanning en concentratie en wordt als cooler, socialer en dynamischer ervaren. Ik heb het hier thuis vanop de eerste rij mogen aanschouwen: door het intense schoolleven verdwenen bij de veellezende oudste (nu 14 jaar) de boeken al gauw op de achtergrond. Lezen werd iets voor in de vakanties en zich ontspannen doet ze vooral via Netflix, muziek (Michael Jackson!) en andere hobby’s. Maar ik maak me geen zorgen; ze heeft nog altijd haar boekenogen wanneer ze tijd maakt voor een goed verhaal. Het leesvlammetje is er nog. (Oef!)

En laten we ook eens eerlijk naar onszelf kijken. Ben jij altijd in de stemming om aandachtig te lezen of verkies je na een lange dag TV of Netflix (waar trouwens uitstekende series en films te zien zijn) of wat in het rond surfen, scrollen, swipen en skimmen? En we lezen over het algemeen met z’n allen veel minder; dus een beetje mededogen voor jongeren is wel op zijn plaats.

Over nu
Moeten we dan niets doen om lezen bij jongeren te stimuleren? Natuurlijk wel. (En ook even bekijken of te veel stimuleren niet averechts werkt.) Die ene magische formule bestaat helaas niet, het is en blijft een grote uitdaging om deze moeilijke doelgroep te bereiken. Ook hier geeft het Nederlands onderzoek handvaten voor een nieuw leesbeleid. De details zijn voor een andere blogpost, maar in elk geval moeten alle actoren in de boekenbranche zich nog meer richten op de leefwereld van jongeren. En wat we er ook mogen van vinden, hun leefwereld is nu eenmaal door en door digitaal. En ze weten vaak niet wat of hoe. Tot mijn grote verbazing blijken veel jongeren nog steeds moeite te hebben om een geschikt boek te vinden. Nochtans zijn er nu veel (te veel?) kanalen om tips te vinden, zoals leesacties en evenementen (bijvoorbeeld de Leesjury, voorheen Kinder-en Jeugdjury), aanbevelingen en recensies op websites en Instagram of een aparte afdeling voor jonge adolescenten in de bibliotheek. Op het vlak van communicatie, ondersteuning en bereik is duidelijk nog veel werk aan de winkel.

O ja, voor wie zich zorgen maakte: tussen Roald Dahl en mij is het helemaal goed gekomen. Hij mag dan ook niet in onze literaire canon ontbreken. Uit zijn omvangrijke oeuvre kiezen we Sjakie en de chocoladefabriek (Charlie and the Chocolate Factory), dat heerlijke verhaal over een arm jongetje dat de fantastische snoepfabriek van de excentrieke Willie Wonka mag bezoeken en uiteindelijk zijn opvolger wordt. Denk je misschien bwa een boek, liever niet … Geen nood! De verfilming staat … op Netflix.

Charlie and the Chocolate Factory (film).png


*Onderzoek naar leesvaardigheid en leesmotivatie: vijfjaarlijks PIRLS-onderzoek met 54 landen en regio’s voor de tienjarigen (laatste onderzoek: 2016) en driejaarlijks PISA-onderzoek voor de vijftienjarigen met 79 landen en regio’s (laatste onderzoek: 2018).

Blauw goud

Ik was altijd een langslaper. Het gouden randje van de ochtendstond deed me weinig. Ik draaide me liever nog eens om, en nog eens en ach ja waarom niet, nog eens. Maar kijk, een mens kan veranderen. Ondertussen vier ik het vroege ontwaken. Het huis is stil, ik ben alleen en ik kijk hoe de nacht zachtjes in de dag overgaat. Heel soms ben ik een bevoorrechte getuige van het blauwe uur, een kortstondig maar adembenemend natuurfenomeen net voor zonsopgang waarbij de lucht en de omgeving donkerblauw kleuren. Het voelt alsof de natuur mij woorden van een gracieus gedicht influistert.

Het blauwe uur is een uitnodiging om even helemaal niets te doen, niets te denken, niets te moeten. Het brengt een gevoel van vrijheid en geluk, datzelfde innige gevoel als op de eerste lentedag wanneer we de ramen opengooien om hoera! de lange winter uit te wuiven.

Van A naar B

Als kind had ik een Tante Nonneke. In feite was zij een groottante van mij en een tante van mijn vader. Natuurlijk had tante ook een eigen geboortenaam en een kloosternaam, maar bij mijn weten noemde iedereen in de familie haar Tant’Nunne. Naar verluidt was haar intrede in het klooster een oprechte roeping en hoopte ze vurig dat ze de hemel zou verdienen. Ik hoop dat het haar gelukt is. Van mij krijgt ze in elk geval een extra aflaat omdat ze mij naar de letter B van mijn persoonlijke literaire canon brengt.

Voor mijn eerste communie gaf Tant’Nunne mij een vrolijk en ietwat naïef geïllustreerde kinderbijbel cadeau. Beteuterd nam ik hem aan; dat was nu niet bepaald een leuk communiecadeau, vond ik. Mijn aanvankelijke teleurstelling bleek ongegrond want deze kinderbijbel was een schatkist vol fraaie verhalen waar ik niet genoeg kon van krijgen. Bjbelse verhalen hebben me altijd gefascineerd. Ik zie mij nog zo op de schoolbank in de lagere school zitten, één en al oor, en oprecht meelevend met de voor- en tegenspoed van Gods mensen. Ik voelde afschuw toen Jozef en Maria halsoverkop de kindermoorden van Bethlehem moesten ontvluchten, verwondering dat Jona drie dagen en drie nachten in de donkere buik van de walvis (of was het een reuzenvis?) kon overleven, en intens verdriet bij Judas’ lafhartige verraad. En ik kon de Galileeërs maar niet van de Galliërs onderscheiden.

Ja hoor, mijn kinderbijbel heb ik nog altijd.

De Bijbel is al sinds mensenheugenis een belangrijke inspiratiebron voor schilders, beeldhouwers, schrijvers en componisten. Zonder kennis van bijbelse referenties zouden we blind, doof en stom zijn bij ons luisterrijke cultureel erfgoed. Net daarom gaven wij deze verhalen bewust aan onze kinderen mee. Voor hen waren het in eerste instantie mooie en vaak spannende verhalen. Ik heb eigenlijk geen idee hoeveel hen werkelijk is bijgebleven.

De Bijbel is nog steeds het meest gelezen boek ter wereld. Ook in de kinder- en jeugdliteratuur verschijnen nog regelmatig nieuwe bewerkingen, vooral van populaire onderwerpen als het kerstverhaal en de ark van Noach. Er zijn ook nog kinderbijbels voorhanden. In de reeks Bijbelverhalen voor kleuters van Kathleen Amant worden bekende verhalen op een heel eenvoudige wijze en met duidelijke en kleurrijke illustraties gebracht. Voor oudere kinderen is er Bijbel: verhalen uit het Oude Testament met stemmige illustraties van Sassafras De Bruyn, waarin de bijbelverhalen op klassieke wijze worden verteld.

Hoe anders is de benadering van Philippe Lechermeier en Rébecca Dautremer in Een Bijbel, een vuistdikke, eigentijdse bewerking bestemd voor jongeren en volwassenen. Met een verbluffende literaire en artistieke veelzijdigheid creëren zij een uniek bijbels universum. Hun invalshoek kan zonder meer als bijzonder eigenzinnig beschouwd worden. In deze hervertelling speelt Lechermeier ingenieus met taal en inhoud door een waaier aan literaire vormen te gebruiken. Zo wordt het verhaal van Kaïn en Abel op rijm gezet en duiken Jozef en zijn broers op in een toneelstuk in drie bedrijven, regie-aanwijzingen inbegrepen. De uittocht uit Egypte en Mozes’ veertigjarige tocht door de woestijn worden dan weer door een kleine vlieg verteld, jawel. En naast gewone verhalen (nou ja, wat is in dit geval “gewoon”) is er onder meer ook een liefdeslied, een verhaal in dialoogvorm, een sappig marktverhaal, een sprookje en een soort Roelantslied. Literaire variatie troef dus, zonder ook maar een moment het wezen van deze verhalen te verloochenen. Lechermeiers hervertelling is doorleefd, gevoelig en diepmenselijk. Hoe mooi is het niet om de innige liefde tussen Jezus en Maria Magdalena te zien ontluiken of te lezen dat de overspelige vrouw meelevend “de vrouw die van een andere man houdt” wordt genoemd. En opmerkelijk, de engel Gabriël, boodschapper Gods, is hier een vogelman/mensvogel, een referentie naar de ultieme droom van de mens om te kunnen vliegen. De aanpak van Lechermeier is zo verfrissend en prikkelend dat ik enkel in superlatieven kan spreken. En dan heb ik het nog niet over de illustraties van Rébecca Dautremer gehad … (Dautremer ontmoetten we trouwens al eerder, in het gezelschap van de bekoorlijke Joodse weduwe Judith.)

Maar eerst dit: sta even stil bij het beeld dat jij over Adam en Eva, Mozes, Maria of Jezus hebt. Denk je daarbij aan een bepaald beeldhouwwerk, een schilderij of een prent van een Europese kunstenaar? Vast wel. En heb je hen ooit op een heel andere manier voorgesteld? Wellicht niet. Want deze krachtige beeltenissen zijn vaak al eeuwenlang in ons bewustzijn verankerd en lijken haast onwrikbaar. Ja, natuurlijk schilderde Michelangelo een gespierde en baardloze Christus in de Sixtijnse kapel, maar had hij veel navolging? Neen.

Wel, illustratrice Rébecca Dautremer gaat de uitdaging met deze diepverankerde conventies aan. Ze tovert en varieert met kleur, techniek, compositie en perspectief en komt tot een fascinerende, nieuwe bijbel-beeldtaal. Zo hebben Adam en Eva onmiskenbaar een Afrikaanse oorsprong – en dat is helemaal niet zo gek want liggen de wortels van onze verre voorouders niet in het huidige Ethiopië? Jezus zelf lijkt in niets op de man die traditioneel (in Europa) met een vlassig baardje, halflang sluik haar en Kaukasische gelaatstrekken wordt voorgesteld. De Exodus is dan weer een aangrijpende, koortsachtige vlucht van doodsbange mensen met kinderwagens, jengelende kinderen en opwaaiend stof. En schrikwekkende tronies stappen dreigend uit hun omlijsting om Jezus gevangen te nemen en over te leveren. Dat zijn maar enkele voorbeelden. Elk beeld is een subliem verstilde moment dat een heel verhaal vertelt. Dautremers beelden zijn groots en paginavullend of net klein en subtiel; ze zijn mysterieus, geraffineerd, ingetogen, vertederend, subtiel, sensueel, beklemmend, grimmig, indringend en overdonderend. En ze zijn nog veel meer dan dat. Hoe dan ook reiken woorden niet ver genoeg om deze esthetische parels te omschrijven. Dat is niet erg. Dit is vooral een boek om te ervaren.

Ik zou zeggen, oordeel vooral zelf tijdens jouw prinsheerlijk kuieren in deze kunstgalerij:

Dichterbij

Tijdens de inauguratie van Joe Biden tot 46e president van de Verenigde Staten ging alle aandacht naar een jonge zwarte vrouw die met veel bravoure haar poëzie declameerde. Het optreden van Amanda Gorman doet denken aan wat in kunsttermen spoken word (gesproken woord) wordt genoemd. Spoken word is voordrachtkunst waarbij de kwaliteit van de performance even belangrijk is als de woorden zelf. Het is niet zomaar een geschreven gedicht op doorleefde wijze brengen, zoals ‘klassieke’ dichters op poëziehappenings doen. Neen, bij spoken word zijn de woorden – of het nu poëzie, kortverhaal, speech, proza of een mengeling is – uitdrukkelijk bedoeld om uitgesproken te worden, om luid te weerklinken, om gehoord te worden. En of de wereld Amanda Gorman heeft gehoord!

Amanda Gorman, de inauguratiedichteres

Een bijzondere stijl binnen spoken word is poetry slam, ook slam poetry genoemd (letterlijk: poëzieslag). Toegegeven, er is geen strakke definitie van poetry slam en de scheidslijnen met andere vormen van spoken word zijn flou. Poetry slam ontstond meer dan drie decennia geleden in de Verenigde Staten als voordrachtwedstrijd om poëzie op interactieve wijze dichter bij het publiek te brengen. Het wedstrijdelement blijft belangrijk – zo is er een Belgisch, Europees en wereldkampioenschap poetry slam -, maar ondertussen is het tot een volwaardig medium binnen literatuur en podiumkunsten uitgegroeid. Er is een levendige poetry slam scene in Vlaanderen, die nog meer weerklank bij bredere literaire kringen, culturele instellingen en leerkrachten mag krijgen. Deze dichtkunst kan in het bijzonder jongeren aanspreken, want het is spelen met taal en een dynamische, expressieve en wervende manier om zich te uiten en uit te spreken. Poetry slam is dikwijls (maar niet noodzakelijk) persoonlijk en maatschappijkritisch. De performers zijn doorgaans ook jong; en intonatie, ritme en lichaamstaal doen aan de muziekstijlen rap en hiphop denken. Critici daarentegen vinden het lawaaierig en schreeuwerig. Ongetwijfeld zal dat weleens het geval zijn, maar ach, in alle kamers van de literatuur wonen wel wat schreeuwers en lawaaimakers, niet? Bovenal kan poetry slam vanuit maatschappelijk oogpunt als representatief en meerstemmig beschouwd worden, want populaire ‘slammers’ of ‘slam poets’ in Vlaanderen, bijvoorbeeld Carmien Michels, Hind Eljadid, Antwerps stadsdichter Seckou Ouologuem en Lizette Ma Neza, hebben uiteenlopende culturele achtergronden. Deze jonge woordkunstenaars vertegenwoordigen het diverse Vlaanderen van vandaag. Zij zijn als vensters, waardoor de ene toehoorder veel verder kan kijken en reiken dan de eigen wereld; en tegelijkertijd zijn zij ook als spiegels, waarin de andere luisteraar zichzelf kan herkennen. Of zoals Lizette Ma Neza, zelf van Rwandese afkomst, in haar ode aan Amanda Gorman zei:

En ik zag, ik zag

Wat jij ook zag

In het meisje met haar gele jas

Mezelf

Lizette Ma Neza brengt haar hele gedicht in deze video. Neem op deze Gedichtendag even de tijd om naar haar te luisteren.



In het kader van de Gedichtendag en Poëzieweek (28/1 – 3/2/2021)

Inderdaad, deze blogpost is gelardeerd met Engelse woorden. Niets aan te doen, dit zijn nu eenmaal de gebezigde termen.

1+1 gratis

De weergoden lijken het nog niet te beseffen, maar de winter is wel degelijk begonnen. Tijd voor een nieuw seizoenskaramelleke, ditmaal van Reine De Pelseneer, auteur van de gedichtenbundel Ahoy!.

Winternacht

Wat gebeurt er buiten

als iedereen slaapt (behalve ik)?

Houden monsters een feestje?

Spelen spoken de baas?

Of geeft niemand een kik?

Ik kijk minutenlang

met mijn neus tegen het glas

en begrijp dat stilte nooit stiller was.

Ik zie sneeuw op de daken en lichtjes

op straat. De maan hangt er

bol en glimlachend bij.

Mijn raam is de lijst

van een nachtschilderij.


En omdat deze woorden ook zo mooi klinken:

Winter

De sterren wintertintelen en de maan

doorschijnt de melkwegnacht.

Het kraakt van sneeuw op de aarde

waar ik ga,

een nieteling, een adem wit,

een ademdamp van liefde en poëzie.

(Ida Gerhardt)

Zwart-wit

Met de hand op het hart zeg ik jullie: in mijn kindertijd heb ik Zwarte Piet nóóít bewust als iemand met een zwarte huidskleur gezien. Zwarte Piet was zwart door het roet van de schoorsteen, tiens. Hij moest elke schoorsteen in- en uitklimmen om cadeautjes en lekkernijen te brengen, want Sinterklaas was veel te oud om dat zelf te doen. Hoe oud was hij wel niet, zeshonderd jaar of zo? Wij hebben deze traditie ook zo aan onze kinderen doorgegeven. Ik schudde dan ook lange tijd meewarig het hoofd over de vermeende racistische en koloniale ondertoon van Zwarte Piet. Men kan mij van veel verdenken vond ik, maar toch niet van racisme zeker!

Tegelijkertijd moest ik wel toegeven dat Zwarte Piet mij als kind enige angst inboezemde. Hoe hij daar stond, met zijn pikzwarte gezicht, felrode lippen en fonkelende witte tanden, en met die vreselijke jutezak voor stoute kinderen … Het contrast met de goedmoedige Sinterklaas was groot. Met de Sint in de buurt kon me weinig overkomen, want hij had het laatste woord en ik was braaf geweest – zeker in de weken voor 6 december. Kijk, het zijn net die onbewuste, vaak subtiele associaties tussen huidskleur (zwart) en gevoelens (gevaar/angst) waar activisten tegen Zwarte Piet op wijzen. Vergezocht? Mja, toch niet, als je bedenkt dat het grootste deel van ons gedrag door het onderbewuste wordt gestuurd. Bovendien weten wij met onze witte teint nauwelijks hoe het voelt om op negatieve wijze op onze huidskleur te worden aangesproken. Het is mij één keer overkomen, hier ver vandaan, en ik reageerde echt onthutst. En dan zijn er nog die andere vragen. Kan iemand echt zo zwart van het roet worden? En waarom werd Zwarte Piet al te vaak afgebeeld met stereotiep dikke lippen, gouden oorbellen en kroeshaar/krulhaar?

Ben ik nu voor of tegen Zwarte Piet? Vind ik het concept van Zwarte Piet nu racistisch of niet? Verwacht van mij geen stellingname in dit gevoelige en vaak emotionele debat. Mensen voelen zich in deze kwestie opvallend persoonlijk aangesproken, want het raakt rechtstreeks hun identiteit. Voorstanders voelen zich aangevallen omdat de magische verhalen die hen vormden nu als fout worden beschouwd. Tegenstanders daarentegen ervaren de beeldvorming en het gebrek aan empathie als kwetsend. Ik verkies om me niet uitsluitend bij de ene of de andere zijde te voegen, maar om te luisteren naar het genuanceerde en onderbouwde discours van literatuur-en cultuurwetenschappers.*
Laten we eerst even kijken hoe bevoegde instanties inzake racisme en discriminatie Zwarte Piet beoordelen. In 2014 stelde het Gelijkekansencentrum (thans UNIA) dat het gebruik van de figuren Sinterklaas en Zwarte Piet geen strafbare vorm van racisme en ook geen wettelijk verboden vorm van raciale discriminatie is. Andere instanties hanteren een bredere definitie van racisme, die meer op onbewuste en alledaagse vormen van uitsluiting steunt. In die zin zijn er wel degelijk negatieve stereotiepe aspecten aan Zwarte Piet.
En wat vertelt de geschiedenis ons? Wel, tussen de twee uitersten blijkt zoals zo vaak bijzonder veel nuance, dubbelzinnigheid en gelaagdheid te liggen. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn complexe figuren met een ontstaansgeschiedenis die veel verder reikt dan de kolonisatie en waarover verschillende interpretaties en denkpistes bestaan. Ik geef hierbij enkel de grote lijnen. Het is zeker niet mijn bedoeling om hier een definitieve of sluitende analyse over Zwarte Piet te presenteren; dat zou veel meer studiewerk van de primaire bronnen vereisen. Laat deze blogpost een uitnodiging zijn om zelf even stil te staan bij jouw beeld van Zwarte Piet.

De heilige Nicolaas was al vroeg in heel Europa een belangrijke heilige. Toch wordt zijn naamdag in slechts een handvol Noord-Europese landen met een echte Sinterklaasfiguur gevierd, en dan nog met flink wat regionale verschillen. In Spanje en Italië bijvoorbeeld brengen respectievelijk de drie koningen en de heks Befana op 6 januari geschenken en lekkers. De (huidige) figuur van Sinterklaas is geïnspireerd op legenden die aan drie heilige Nicolazen worden toegeschreven. Het Sinterklaasfeest zelf zou tot de dertiende eeuw teruggaan. Het feest lijkt zoals bij Kerstmis belangrijke elementen uit de Germaanse cultuur, in het bijzonder de cultus van de god Wodan, overgenomen te hebben. Denk aan de rol van de haard als offerplaats (later de schoorsteen), een figuur die zowel bedreigend als beschermend is, een buitengewoon paard, de roede (bij de Germanen een positief symbool, gevuld met levenskracht) en misschien zelfs de roetzwarte begeleider.

Jan Steen, Het Sint Nicolaasfeest, 1655. Prachtig tafereel, niet? Herken je de referenties aan het Sinterklaasfeest?

De beeldvorming zoals wij die nu in onze contreien kennen, is sterk beïnvloed door de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman. In 1850 verschreef hij het populaire boek Sinterklaas en zijn knecht. Hij portretteerde Sinterklaas als een statige bisschop met tabberd, mijter, staf en lange witte baard; en hij had had voor het eerst een donkere knecht, die het zware werk verrichtte. Sinterklaas was bij Schenkman streng, want het was hij die twee stoute kinderen in de zak stak. Sinterklaas en zijn naamloze knecht kwamen met een stoomboot uit Spanje en liepen samen op hun paarden over de daken. Het kan nu vreemd klinken, maar Schenkman was destijds echt vernieuwend. Lange tijd was Sinterklaas immers in de eerste plaats een boeman die als afschrikwekkende, zwart gemaakte man met rammelende kettingen snoepgoed uitdeelde en kinderen bang maakte. Deze figuren werden ‘zwarte klazen’ genoemd. (Dit soort boeman is nog in Oostenrijk te vinden met Krampus als een gemaskerde, in vodden geklede figuur met een ketting.) Schenkman maakte de Sinterklaasfiguur bevattelijker en menselijker.
Waar haalde Schenkman zijn inspiratie voor de knecht die volgens zijn verzen ‘zwart van kleur’ is? Zag hij zo’n personage op een schilderij of een gravure, in het echt of kende hij het van horen zeggen? En in welke mate werd hij beïnvloed door de context van kolonisatie en slavernij? Wetenschappers kunnen dit niet met absolute zekerheid zeggen. Er wordt geopperd dat zijn knecht in feite een Moorse page is, en zijn schoeisel zou aantonen dat hij een vrij man en zeker geen slaaf was.

Een afbeelding uit de eerste editie van Schenkmans fraaie Sinterklaasboek uit 1850. Sinterklaas herkennen we nog, maar kijk eens hoe de knecht is veranderd.

In de loop van de tijd veranderde de rol en het uiterlijk van Zwarte Piet regelmatig, onder meer door bepaalde bewuste en onbewuste maatschappelijke opvattingen en de verbeelding in populaire Sintverhalen en bijhorend illustraties. Zo nam hij de rol van kinderschrik over van de Sint en kreeg hij eind 19de eeuw een eigen naam. Ook deze naam heeft eeuwenoude wortels, want in Vlaanderen was het een van de vele namen voor de duivel. De stereotypering van Zwarte Piet als domme knecht met een pikzwart gezicht, grote rode lippen en krulhaar dook in Nederland veel vroeger op dan in Vlaanderen. Vanaf de jaren dertig blijkt dit uiterlijk overal de courante typering, ook al bleef het schoorsteenverhaal aanwezig. Onderschat de invloed van verhalen en vertellingen op de beeldvorming zeker niet. Kijk maar naar wat gebeurde op het einde van de twintigste eeuw: onder invloed van het druk bekeken en heerlijke tv-programma Dag Sinterklaas werd Zwarte Piet definitief de lieve en pientere vriend, en dus niet langer louter de knecht, van de verstrooide, oude Sinterklaas.

Het moge dus al lang duidelijk zijn dat Sinterklaas en Zwarte Piet geen statische figuren zijn, en dat er niet een ononderbroken traditie is. Het Sinterklaasfeest en de hoofdrolspelers hebben al eeuwen met evoluties, nieuwe accenten en veranderende beeldtaal te maken, soms snel, soms traag. Misschien zal ook Sinterklaas binnen afzienbare tijd opnieuw evolueren. En wat te zeggen van Roet(veeg)piet, want wie zal in tijden van groene en schone energie nog een vervuilende schoorsteen met roet aanvaarden? Hoe dan ook, elk element in deze geschiedenis is belangrijk. Een volledige en eerlijke lezing van het wetenschappelijk onderzoek, ver weg van de selectieve of tendentieuze analyses die al te vaak op het internet circuleren, kan een startpunt zijn om de principiële ja-neevraag over Zwarte Piet te overstijgen.

Godzijdank verloopt het debat hier in Vlaanderen niet zo intens als in Nederland. (In Franstalig België leeft de kwestie zelfs amper.) Daar vroeg illustratrice Charlotte Dematons in 2017 zelf aan haar uitgeverij om haar immens populaire boek Sinterklaas (bijna 150 000 exemplaren) niet meer te herdrukken. De steeds fellere polemiek rond Zwarte Piet werd haar te veel; te vaak werd ze voor racist uitgescholden. Het is nochtans een heerlijk kijk- en zoekboek; teder, hartverwarmend en respectvol gemaakt, maar ja, met wel heel zwarte Pieten. Ook in Vlaanderen is er geen weg terug. Al in 2017 besloten enkele TV-zenders, onderwijskoepels en speelgoedwinkels om Pieten met zwarte huidskleur te bannen. Ook Vlaamse uitgeverijen en boekenwinkels volgen deze weg. Boeken met (enkel) Zwarte Piet worden niet meer of sterk afgeprijsd verkocht. En wat zullen bibliotheken doen?

De taak van Zwarte Piet zit erop. Zijn afscheid zal voor nieuwe verhalen, versjes en liedjes zorgen. Want hoe mooi zijn al die verhalen wel niet? En hoe vertederend is het niet om kinderen vol verwachting te horen zingen? De klassieker van Charlotte Dematons uit 2007 lijkt, officieel dan toch, verleden tijd. Dat is best vreemd, hoor. Maar kijk, een nieuwe klassieker biedt zich al aan. In Sinterklaasliedjes lijkt illustrator Mark Janssen het feest aan de kinderen terug te geven. Zij spelen de hoofdrol, want zij brengen de zak vol pakjes naar Sinterklaas, in decors die naar bekende Sinterklaasliedjes verwijzen. Het is een prachtig en hartverwarmend prentenboek. Wij smelten ook helemaal voor Zie de maan schijnt door de bomen van Mies van Hout, waarin enkele dieren de komst van Sinterklaas beleven. De verrukking en vreugde van het vosje bij de aankomst van de Sint is voor ons pure ontroering. Dit is voor ons een van de mooiste en gevoeligste illustraties ooit, echt waar. Ik kan alleen maar hopen dat deze parel op 6 december in élk, maar dan ook werkelijk élk schoentje ligt.

Okee, wij smelten opnieuw… (c) Mies van Hout

* Zoals: Van Nicolaas van Murat tot Sinterklaas, Rita Ghesquiere en Het geheime boek van Sinterklaas, Floortje Zwightman en Sassafras De Bruyn (ill.), een boeiend geschiedenis boek voor onttoverde kinderen.

Zinnen van zijde #3

De esdoornbladeren voor het ziekenhuis gloeiden rood en goud. Ik stond voor het raam en keek naar buiten. En ik dacht: wat is het toch vreemd dat blaadjes op hun mooist zijn vlak voordat ze van de bomen vallen.

…. Schoon, hé.

Deze poëtische reflectie komt uit De weglopers, het laatste boek van de Zweedse auteur Ulf Stark (1944-2017), die we ook kennen van Liefde is niet voor lafaards. De weglopers is een van de acht boeken die kinderen uit het derde en vierde leerjaar dit jaar voor de Kinder- en Jeugdjury (KJV) zullen lezen. De KJV is een Vlaamse boekenjury waarbij kinderen tussen vier en zestien jaar zélf hun stem kunnen laten horen. De lezers (vorig jaar zo’n 11 000) mogen zelf kiezen welk boek hen het meest kon bekoren. Dat is uniek, want zijn het niet vaak volwassenen die bepalen wat een goed kinderboek is?

Een mooie oogst dit jaar

Ik weet niet of De weglopers hun favoriet zal zijn, misschien zelfs helemaal niet. Dat geeft niet. Want hoe mooi is het niet dat zo’n 1500 acht- tot tienjarigen dit fragment zullen lezen. En wie weet zullen ze zich ooit deze zijden zinnen herinneren terwijl de kleurrijke herfstbladeren onder hun voeten knisperen.