In beeld #2

In Firenze, in het museum van de Duomo staat – wacht, ik laat de naam even in het Italiaans weerklinken: il Museo dell’Opera del Duomo. Daar dus staat een adembenemend beeldhouwwerk van Michelangelo (1475-1564) dat oorspronkelijk voor zijn eigen graftombe bestemd was. Het is een kruisafneming waarbij Nicodemus – met de gelaatstrekken van Michelangelo zelf – het lichaam van de gestorven Jezus aan Maria en Maria Magdalena overdraagt.

The Deposition Michelangelo

Michelangelo voltooide dit beeldhouwwerk niet. Gelaatstrekken en expressies bleven onafgewerkt. Daardoor kunnen we als kijker net méér zien en ervaren, vind ik. We kunnen ons dit beeld eigen maken, ons persoonlijk verbinden, het werk in onze verbeelding zelf verfijnen, stileren en afwerken. Misschien leggen we wel ónze trekken in de gezichten. En net daarom is deze sublieme kruisafneming mij veel liever dan zijn monumentale David. (Ook een meesterwerk, dat spreekt voor zich!). Voor mij is het perfect in de imperfectie.

Een soortgelijke ervaring heb ik bij de illustraties van Charlotte Peys in Alles komt goed, altijd, een jeugdroman over het wedervaren van de jonge Alice tijdens de Eerste Wereldoorlog. Nee, natuurlijk vergelijk ik Charlotte Peys niet met het genie Michelangelo. Daar gaat het niet om. Maar neem eens de tijd om naar deze gezichten te kijken:

DSC_0208

@ Charlotte Peys, Alles komt goed, altijd.

Geen enkele persoon in haar illustraties heeft specifieke, persoonlijke gelaatstrekken. Bewust. Op die manier symboliseren zij àlle meisjes, jongens, vrouwen en mannen die met oorlog en ontberingen te maken hadden/hebben. Maar wat zie ik verder? En wat zie jij? Zie jij verdriet, angst, ontreddering of geborgenheid en menselijke warmte? Of nog iets anders? We krijgen alle ruimte om hun emoties en gedachten zelf in te vullen en wellicht geven we uiteenlopende antwoorden. En het is precies dát wat deze “universele” figuren toch tot een individu maakt. Door ons eigen bijzondere en unieke creatieproces. Dat van mij en dat van jou.

 

In beeld is een aparte rubriek: omdat beelden verder reiken dan woorden, het onverwoordbare kunnen verwoorden. (omschrijving van illustratrice Sabien Clement)

 

 

 

 

Naar de Nieuwe Wereld

Stuk voor stuk zijn het sublieme en aangrijpende beelden, de portretten van Joodse emigranten van de Antwerpse schilder Eugeen Van Mieghem (1875 – 1930) die tijdelijk in de Kazerne Dossin te zien zijn. Van Mieghem hoefde maar uit zijn raam te kijken om de bedrijvigheid in de internationale haven van Antwerpen te zien, in die tijd de belangrijkste passagiershaven van Europa. De straat van zijn ouderlijk huis vormde de grens tussen stad en haven. Van zeer nabij observeerde en portretteerde hij schippers, matrozen, kruiers, arbeid(st)ers en de vele emigranten – vaak Oost – Europese Joden – die met de Red Star Line vanuit Antwerpen naar Amerika vertrokken, op zoek naar een beter en veiliger bestaan. Amerika! Land van hoop en onbegrensde mogelijkheden.

DIG06276

Tussen 1873 en 1934 vervoerde de Red Star Line vanuit Antwerpen 2,7 miljoen mensen naar Amerika.  @ Stad Antwerpen, Red Star Line, affiche, Aff 44.204

Hier, in deze tentoonstellingszaal hoog boven in de Kazerne Dossin herinner ik me ineens dat ik in mijn kinderlijke fantastie ook wel eens aan vertrekken naar Amerika dacht. (Is het niet opmerkelijk dat een verre herinnering soms zo onverwacht ontsluierd wordt?) De beelden worden steeds helderder: hoe ik op een dag naar de dorpsbibliotheek fietste om mijn boek Lien gaat naar Amerika terug te brengen, dat ik achteloos op mijn bagagedrager had vastgebonden. In dit boek van Johan Ballegeer wordt de dertienjarige Lien kort voor de Eerste Wereldoorlog als meid door de zoon van de kasteelheer lastig gevallen. Haar familie besluit om de overtocht naar Amerika te wagen.

Lien gaat naar Amerika vond ik een prachtig, meeslepend verhaal. Al fietsend mijmerde ik over hoe knap ik het vond dat de jonge Lien zich tegen de avances had verzet, hoe het zou zijn om helemaal opnieuw te beginnen in een ver land als Amerika, en of ik dat zou kunnen en durven. In deze dromerige toestand kwam ik bij de bibliotheek aan, waar ik tot mijn ontzetting vaststelde dat wàt?!hoekandatnutoch? mijn boek op de bagagedrager…verdwenen was. In mijn jonge hoofd ontvouwden zich onmiddellijk de ergste scenario’s van schuld en boete. Ik twijfelde over wat erger was: de stevige bolwassing van de immer norse bibliotheekdame (en vast ook van mijn moeder) of mijn diepe schaamte over mijn nonchalantie en slordigheid. Naar Amerika vluchten leek me ineens wel ja best een aantrekkelijke optie.

Ik fietste de hele weg terug, koortsig zoekend naar het boek – voorbij de dorpskerk naar het grote kruispunt, dan rechtsaf, het hele eind tot over de steile brug om dan links aan het kapelletje mijn lange straat in te fietsen. Tevergeefs. Bedremmeld stond ik voor het bureau van de bibliotheekdame. Haar gezicht stond strak. Ik stamelde woorden die moesten betekenen dat ik euh ja zo een beetje een boek misschien kwijt was. Dat dit boek net door iemand anders was binnengebracht, onderbrak ze me fel zonder van haar fichebak op te kijken. En dat ze maar niet kon begrijpen hoe een boek midden op straat kon belanden. Ik zweeg; hield mijn adem in, hopende dat ik op die manier langzaam zou verdwijnen. Maar oef! Het werd dan toch geen ballingschap in Amerika. En wat later fietste ik gezwind naar huis.

Over de kracht van stilte

Dit jaar staat de Jeugdboekenmaand in het teken van Vriendschap, in al haar facetten. Het aantal kinder -en jeugdboeken over dit onderwerp is haast eindeloos; dus selecteerde Iedereen Leest ook deze keer een keure aan recente titels. Toch vond ik tussen de boekentips niet echt wat ik wou voorlezen. Ik wachtte tot mij zachtjes een naam of een titel zou toegefluisterd worden. Tijdens één van mijn schemermomenten kwam het ineens heel duidelijk: het zou Toen mijn vader een struik werd van Joke Van Leeuwen worden.

Toen mijn vader een struik werd brengt het verhaal van Toda die tijdens de oorlog tussen de enen en de anderen op haar eentje naar haar moeder in een buurland probeert te vluchten, met alle obstakels en uitdagingen vandien. Het is een boek over vijandigheid, conflict, angst en ontheemding. Toch leek dit boek mij voor de Jeugdboekenmaand een vanzelfsprekende keuze.

toen_mijn_vader_een_struik_werd

Een aparte titel die de typische taal van Joke Van Leeuwen perfect illustreert.                   @ Joke Van Leeuwen, Uitgeverij Querido

 

Dit verhaal nodigt immers uit tot voorlezen, om elk woord, elke zin, elke observatie van Joke Van Leeuwen met aandacht te kunnen proeven. Want het fragment dat ik in de jeugdbibliotheek voorlas, toont juist de dubbelzinnigheid van vriendelijkheid en de pijnlijke realiteit wanneer de maskers vallen. Deze passage hoort voor mij tot de meest scherpzinnige beschrijvingen uit haar oeuvre. In een bedrieglijk eenvoudige taal zegt ze (zoals steeds) net bijzonder veel. (Vreemd genoeg komt net dit fragment in de verfilming niet tot zijn recht.) En of het verhaal de kinderen raakte!

In een tijdelijke opvangplaats krijgen Toda en de andere vluchtelingenkinderen bezoek van lokale moeders en hun kroost. “Omdat ze het zo moeilijk hebben” krijgt elk kind van hen een speelgoedje als cadeautje. Hoe vriendelijk, denk je dan. Al gauw blijkt dat schijn bedriegt: het speelgoed is oud en versleten en wordt met frisse tegenzin afgestaan, de moeders eisen dat de “dankjewel” luíder, béter, opréchter moet. En dan durft een meisje voorzichtig te zeggen dat ze haar geschenkje eigenlijk niet zo mooi vindt. Wát?!? Er ontstaat groot tumult, er wordt geduwd, getrokken, gestompt. ” ‘Ondankbare kinderen, ‘ bromde een moeder, voor ze als laatste de deur achter zich dichttrok. ‘Ga maar liever terug naar waar jullie vandaan komen.’ Ik zat op mijn bed en keek de zaal in. Ja, dacht ik, ik zou heel graag teruggaan naar waar ik vandaan kom. Maar dat kan niet.” Met deze zin sloot ik het voorleesmoment af. Wat volgde was een lange stilte.

 

(In het kader van de Jeugboekenmaand, 1 – 31 maart 2019)

Wanneer de knoppen breken

Alsof een kunstenaar steeds opnieuw een schakering op zijn schildersdoek toevoegt. Zo voelt voor mij de lente. Ja, eindelijk lente! En dus wederom tijd voor een passend seizoenskaramelleke: Tuinschilderij van dichter en auteur Jaap Robben.

Tuinschilderij

Een schilderij, zonder meer.

Tuinschilderij

Ik ben het midden.
Het midden van een
prachtig tuinschilderij.
De lijst om mij
is een hoge bomenrij.

Onze poes kijkt vanaf zijn buik,
naar een vogel in de struik.
Mijn bal lijkt een snoepje
op het garagedak,
die grijze stip
is onze vuilnisbak.

Tussen twee witte lijntjes van was
hinkelt het tuinpad
door het gras.

En helemaal in het midden
van dit prachtige schilderij
daar heb je mij, zonder jas.

Bijna niemand kan dit zien,
alleen de vogels en de zon
en de mensen
in een luchtballon.

 

(uit: Zullen we een bos beginnen)

 

In beeld #1

Bij valavond meldde ze zich bij het kamp van de troepen die haar stad belegerden. O ja, natuurlijk voelde ze de begerige blikken van de mannen op haar lichaam branden. Ze was dan ook een bijzonder bekoorlijke vrouw, als de zoete geur van pas ontloken bloesems. Maar ze keek strak voor zich uit, met een vastberaden gloed in haar ogen. Want zij, Judith (Judit) had een missie. Namelijk dit:

judith

De onthoofding van Holofernes door Judith                                                                                                                      @ Rébecca Dautremer                                                                                                                                          uit: Een Bijbel van Philippe Lechermeier, Ed Franck (vertaling)

 

In beeld is een nieuwe rubriek: omdat beelden verder reiken dan woorden, het onverwoordbare kunnen verwoorden*. De primeur is voor de fijnzinnige Franse illustratrice Rébecca Dautremer. Haar illustraties zijn uitgepuurde kunstwerken, verhalende creaties die geen woorden behoeven. Het zijn echte artistieke parels, zoals deze Judith en Holofernes. Bloedmooi doch meedogenloos is ze, de Judith van Dautremer.

Het bijbelverhaal van de joodse weduwe Judith (Judit) die de Assyrische legeraanvoerder Holofernes verleidt en doodt en op die manier haar volk van de ondergang redt, is een populair onderwerp in de (schilder)kunst. Wandel gerust even rond in deze galerij. En geniet!, want elke Judith is uniek en bijzonder. Rébecca Dautremer hoort ook thuis in dit pantheon, niet?

 

* Omschrijving van illustratrice Sabien Clement.

Veelzijdig

Ze kijkt me recht in de ogen, met zelfbewuste présence. Ze gunt mij wat van haar tijd, zo lijkt me. Liever wil ze verder met haar muzikaal spel, of met haar schildersezel die wat verderop op haar creaties wacht. “Zij” is Lavinia Fontana, een 16de eeuwse Italiaanse schilderes, en ik kijk naar haar prachtige zelfportret dat ze op 25-jarige leeftijd schilderde. Ik kende Lavinia Fontana hoegenaamd niet, net zomin als de meeste andere vrouwelijke schilders op de fijne tentoonstelling “De Dames van de barok“.

De audiogids vertelt me dat Lavinia tegen de gangbare culturele normen in de volle steun van haar vader én haar man genoot en mede daardoor kon uitgroeien tot de eerste professionele kunstenares. Decennia vóór de welbekende Artemisia Gentileschi was Lavinia Fontana een pionier; gevierd en beroemd bij leven en daarna helaas volledig vergeten.

Dus wordt niet Lavinia maar wel Artemisia Gentileschi genoemd in Bedtijd voor rebelse meisjes (Francesca Cavallo en Elena Favilli). De titel van het boek over bijzondere vrouwen beviel me helemaal niet: voor mij getuigde de keuze van weinig zelfbewustzijn en emancipatorische kracht. En de boekcover en de teneur van de vrouwenportretten deden me denken aan een typisch “meisjesboek” of godbetert! een prinsessenboek. Ik liet me door mijn dochters maar moeizaam overhalen om het boek te kopen. Maar kijk, eens thuis doorbladerde ik het met volle aandacht en onderkende uiteindelijk zijn waarde. En ik ben niet alleen want het boek is een wereldwijde bestseller. (De titel kan nog steeds beter vind ik.)

DSC_0578

Ook Lavinia Fontana verdient haar plaats in een boek over bijzondere vrouwen.

 

Bedtijd voor rebelse meisjes brengt korte portretten van bijzondere vrouwen die op hun domein een bepalende of opmerkelijke rol hebben gespeeld, vaak tegen de socio- culturele verwachtingen in – “rebellen” dus. We maken kennis met wetenschapsters, sporters, activisten en kunstenaressen van over de hele wereld en van alle tijden. Met bekende namen als Coco Chanel, Marie Curie, Rosa Park, Elizabeth I of Clara Schumann. Maar vaker zijn de namen mij volledig onbekend: scheikundige Alica Ball?, kunstenares Shamsia Hassani?, politica Amina Gurik – Fahim?, sterrenkundige Zhenyi Wang?

Zo is dit boek voor ons een verrassende en inspirerende ontdekkingsreis. Als verhaal bij bedtijd inderdaad of gewoon tussendoor, eender waar, eender wanneer. Op de achterbank tijdens een autorit bijvoorbeeld: “Moeke, ken jij Gerty Cori?” “Nee.” “Wel, ik lees het even voor: Gerty was zestien toen ze besloot dat ze natuurwetenschappen wilde studeren. Ze kreeg te horen dat dat niet kon omdat ze onvoldoende kennis had van Latijn, wis – natuur – en scheikunde. Maar Gerty gaf niet op… En weet je Moeke, ze kreeg later de Nobelprijs voor Geneeskunde!“.

 

Dichterbij

Af en toe doen mijn jongste dochter en ik iets dat voor buitenstaanders bizar moet lijken. Het gebeurt dat we elkaar toevallig voor de voeten lopen en haast tegen elkaar botsen. Zij of ik bromt dan (gespeeld) nors “aan de kant, ik ben je oma niet!”. Daarna liggen we gegarandeerd in een deuk want we weten waarover het gaat. (Voor de rest zijn we doodnormaal, hoor.)

Onze uitroepAan de kant, ik ben je oma niet!” verwijst naar de gelijknamige dichtbundel van de Nederlandse Bette Westera, veelbekroond jeugdauteur van poëzie en proza. Mijn kinderen waarderen in de eerste plaats haar gedichten, zoals in de bundels Mijn zusje achter het behang, Ik leer je liedjes van verlangen, Doodgewoon en Was de aarde vroeger plat?Aan de kant, ik ben je oma niet! (ill. Sylvia Weve) leidt de lezer binnen in een bejaardentehuis. Twee verhalen op rijm schetsen telkens hoe de bewoners vroeger waren en hoe ze nu zijn. Ze tonen onverbloemd hoe bepalend het vroegere kan zijn. Het is echt één van mijn dochters lievelingsboeken tout court.

aan de kant ik ben je oma niet

Aan de kant, ik ben je oma niet! ligt haar bijzonder na aan het hart. Ze kan er niet genoeg van krijgen. @ Bette Westera en Sylvia Weve

Bette Westera dicht graag over hoe het leven is. Alzo zijn haar verzen geestig, ondeugend, verrassend en ontroerend, maar ook bitterzoet en ja, soms zelfs pijnlijk. Het is glimlachen en grimlachen. Kom, geniet zelf even mee:

Een fragment uit: Aan de kant, ik ben je oma niet!, over een koppel dat geen contact meer heeft met hun dochter: En met een laatste zin waarin ze zei dat het haar spijtte/ dat ze de brief niet zeven jaar terug geschreven had./ Haar ouders zeiden: “Kijk nou toch, ze kan niet eens meer spellen./ Ze zegt dat het haar spijtte, maar het is: dat het haar speet!”/ Ze had wel telefoon, maar ze besloten niet te bellen./ Dat spijtte zat ze dwars – “Dat zo’n slim kind dat niet meer weet!”         

En nog een fragment uit: Ik leer je liedjes van verlangen, over een koekoek wiens koekoekskinderen haar niet herkennen als moeder omdat ze in een ander nest opgroeiden: De koekoek is nog altijd niet bekomen van de schok./ Ze nam bedroefd haar intrek in een oude koekoeksklok./ En ach, al zijn haar kindertjes al vele jaren zoek,/ ze blijft ze roepen, ieder uur opnieuw: “Koekoek, koekoek….”

Recensenten analyseren Westera’s rijmschema en metrum, plaatsen haar in de traditie van Annie M.G. Schmidt, buigen zich over anaforen, alliteraties en associaties. Van dit alles kent mijn negenjarige niets. Wel voelt ze het af en toe jeuken. Dan scharrelt ze rond in huis, op zoek naar Aan de kant, ik ben je oma niet! en overhandigt me het boek met de plechtige vraag om het alsjeblieft nog eens voor te lezen. Vanuit onze zetel, met haar hoofd tegen mijn schouder, brengen we een bezoek aan Meneer Van Dam of aan het echtpaar Roest – van Remmerswaal, maar ook steeds aan Mevrouw Verweerdt, haar favoriete oma. De verzen die ze van buiten kent, prevelt ze mee als waren het heilige woorden. Wat denk je, is dit beeld niet de allermooiste recensie?

 

(In het kader van de Gedichtendag van 31 januari en de poëzieweek van 31 januari t.e.m. 6 februari 2019. www.poezieweek.com)

Elke dag een poëziekaramelleke voor bij de koffie! In deze poëzieweek grasduinen we dagelijks in gedichtenbundels. Poëzie voor kinderen is veel meer dan “het is mei ik ben blij en jij?”-rijmelarij!. Kijk daarvoor op onze Facebookpagina