Continuüm

Terwijl wij ons op onszelf terugplooien ontwaakt de natuur om ons heen. De lente glimlacht naar ons, zoals elk jaar. De knoppen breken, sierlijke narcissen lokken ons uitnodigend, Japanse kerselaars bloeien uitbundig. Dieren maken zich klaar om te versieren en te verleiden. Het is een van die vele natuurwonderen dat zij elkaar ondanks grote afstanden toch telkens weten te vinden. Het gedicht van Kees Spiering over een ‘primitief’ telefoonspelletje lijkt me passend bij deze periode van opwindende kriebels. Fijne lente!

IMG-20200315-WA0007

@Judith B.D.

 

Anoniem

‘s Middags gaat de telefoon,

‘s avonds nog een keer.

Anderhalve rinkel,

dan de stilte weer.

Iemand reikt tot in het huis

maar wil met niemand spreken.

Is het om mij te laten weten

dat er ergens iemand van mij houdt?

Ik bel alle meisjes

die misschien wel van mij houden.

Na anderhalve beltoon breek ik af

ten teken dat de boodschap is begrepen.

 

(Kees Spiering, uit: Dag rots)

 

Halte Poëzie #7

 

Was ik zee

Als ik de zee was, zou ik aan komen rollen

dat lijkt me wel geinig als ik zo begin.

En net voordat je voor mij weg wilde hollen

trok ik me weer terug, de branding in.

 

Als ik de zee was, liet ik schelpen aanspoelen

speciaal voor jou, zoek de mooiste maar uit

die jij wilt bewaren en in je hand wilt voelen.

Ik zorgde daarbij voor zacht ruisend geluid.

 

Als ik de zee was maakte ik zandribbels met water

die ‘s avonds glimmeren bij de ondergaande zon.

En dan herinner jij je veel en veel later

hoe jij daar uren naar kijken kon.

(Karel Eyckman)

Halte Poëzie #6

Winterochtend

Ik loop naar buiten en zie meteen

dat ik besta: mijn adem is een wolk.

De deur van de schuur snurkt nog

 

en mijn fiets heeft geen zin om mee

te gaan. Het wiel sleept een beetje

en de ketting hoest, maar het moet.

 

School bestaat ook in de winter als

het guurt en de dag lekker uitslaapt

onder een deken van nacht en mist

 

en dauw. Dan zie ik jou, net zo dapper

als ik, het schoolplein op gaan. Je zwaait,

en heel, heel de wereld wordt wakker.

(Ted van Lieshout)

Halte Poëzie #3

De oude eik

Elke keer, als ik hem zie,

dan zwaait hij al van verre.

De oude eik

in het vergeten

stukje bos.

Met aan z’n voet

het zachte mos.

Ik streel hem

over z’n gekloofde bast,

spreid mijn armen

en houd hem even vast.

Zo praten we weer wat bij.

En als dan weer

de stilte valt,

dan voel ik hem.

En hij voelt,

denk ik, mij.

(Willem Wilmink)