Over de kracht van stilte

Dit jaar staat de Jeugdboekenmaand in het teken van Vriendschap, in al haar facetten. Het aantal kinder -en jeugdboeken over dit onderwerp is haast eindeloos; dus selecteerde Iedereen Leest ook deze keer een keure aan recente titels. Toch vond ik tussen de boekentips niet echt wat ik wou voorlezen. Ik wachtte tot mij zachtjes een naam of een titel zou toegefluisterd worden. Tijdens één van mijn schemermomenten kwam het ineens heel duidelijk: het zou Toen mijn vader een struik werd van Joke Van Leeuwen worden.

Toen mijn vader een struik werd brengt het verhaal van Toda die tijdens de oorlog tussen de enen en de anderen op haar eentje naar haar moeder in een buurland probeert te vluchten, met alle obstakels en uitdagingen vandien. Het is een boek over vijandigheid, conflict, angst en ontheemding. Toch leek dit boek mij voor de Jeugdboekenmaand een vanzelfsprekende keuze.

toen_mijn_vader_een_struik_werd

Een aparte titel die de typische taal van Joke Van Leeuwen perfect illustreert.                   @ Joke Van Leeuwen, Uitgeverij Querido

 

Dit verhaal nodigt immers uit tot voorlezen, om elk woord, elke zin, elke observatie van Joke Van Leeuwen met aandacht te kunnen proeven. Want het fragment dat ik in de jeugdbibliotheek voorlas, toont juist de dubbelzinnigheid van vriendelijkheid en de pijnlijke realiteit wanneer de maskers vallen. Deze passage hoort voor mij tot de meest scherpzinnige beschrijvingen uit haar oeuvre. In een bedrieglijk eenvoudige taal zegt ze (zoals steeds) net bijzonder veel. (Vreemd genoeg komt net dit fragment in de verfilming niet tot zijn recht.) En of het verhaal de kinderen raakte!

In een tijdelijke opvangplaats krijgen Toda en de andere vluchtelingenkinderen bezoek van lokale moeders en hun kroost. “Omdat ze het zo moeilijk hebben” krijgt elk kind van hen een speelgoedje als cadeautje. Hoe vriendelijk, denk je dan. Al gauw blijkt dat schijn bedriegt: het speelgoed is oud en versleten en wordt met frisse tegenzin afgestaan, de moeders eisen dat de “dankjewel” luíder, béter, opréchter moet. En dan durft een meisje voorzichtig te zeggen dat ze haar geschenkje eigenlijk niet zo mooi vindt. Wát?!? Er ontstaat groot tumult, er wordt geduwd, getrokken, gestompt. ” ‘Ondankbare kinderen, ‘ bromde een moeder, voor ze als laatste de deur achter zich dichttrok. ‘Ga maar liever terug naar waar jullie vandaan komen.’ Ik zat op mijn bed en keek de zaal in. Ja, dacht ik, ik zou heel graag teruggaan naar waar ik vandaan kom. Maar dat kan niet.” Met deze zin sloot ik het voorleesmoment af. Wat volgde was een lange stilte.

 

(In het kader van de Jeugboekenmaand, 1 – 31 maart 2019)

Veelzijdig

Ze kijkt me recht in de ogen, met zelfbewuste présence. Ze gunt mij wat van haar tijd, zo lijkt me. Liever wil ze verder met haar muzikaal spel, of met haar schildersezel die wat verderop op haar creaties wacht. “Zij” is Lavinia Fontana, een 16de eeuwse Italiaanse schilderes, en ik kijk naar haar prachtige zelfportret dat ze op 25-jarige leeftijd schilderde. Ik kende Lavinia Fontana hoegenaamd niet, net zomin als de meeste andere vrouwelijke schilders op de fijne tentoonstelling “De Dames van de barok“.

De audiogids vertelt me dat Lavinia tegen de gangbare culturele normen in de volle steun van haar vader én haar man genoot en mede daardoor kon uitgroeien tot de eerste professionele kunstenares. Decennia vóór de welbekende Artemisia Gentileschi was Lavinia Fontana een pionier; gevierd en beroemd bij leven en daarna helaas volledig vergeten.

Dus wordt niet Lavinia maar wel Artemisia Gentileschi genoemd in Bedtijd voor rebelse meisjes (Francesca Cavallo en Elena Favilli). De titel van het boek over bijzondere vrouwen beviel me helemaal niet: voor mij getuigde de keuze van weinig zelfbewustzijn en emancipatorische kracht. En de boekcover en de teneur van de vrouwenportretten deden me denken aan een typisch “meisjesboek” of godbetert! een prinsessenboek. Ik liet me door mijn dochters maar moeizaam overhalen om het boek te kopen. Maar kijk, eens thuis doorbladerde ik het met volle aandacht en onderkende uiteindelijk zijn waarde. En ik ben niet alleen want het boek is een wereldwijde bestseller. (De titel kan nog steeds beter vind ik.)

DSC_0578

Ook Lavinia Fontana verdient haar plaats in een boek over bijzondere vrouwen.

 

Bedtijd voor rebelse meisjes brengt korte portretten van bijzondere vrouwen die op hun domein een bepalende of opmerkelijke rol hebben gespeeld, vaak tegen de socio- culturele verwachtingen in – “rebellen” dus. We maken kennis met wetenschapsters, sporters, activisten en kunstenaressen van over de hele wereld en van alle tijden. Met bekende namen als Coco Chanel, Marie Curie, Rosa Park, Elizabeth I of Clara Schumann. Maar vaker zijn de namen mij volledig onbekend: scheikundige Alica Ball?, kunstenares Shamsia Hassani?, politica Amina Gurik – Fahim?, sterrenkundige Zhenyi Wang?

Zo is dit boek voor ons een verrassende en inspirerende ontdekkingsreis. Als verhaal bij bedtijd inderdaad of gewoon tussendoor, eender waar, eender wanneer. Op de achterbank tijdens een autorit bijvoorbeeld: “Moeke, ken jij Gerty Cori?” “Nee.” “Wel, ik lees het even voor: Gerty was zestien toen ze besloot dat ze natuurwetenschappen wilde studeren. Ze kreeg te horen dat dat niet kon omdat ze onvoldoende kennis had van Latijn, wis – natuur – en scheikunde. Maar Gerty gaf niet op… En weet je Moeke, ze kreeg later de Nobelprijs voor Geneeskunde!“.

 

Lichtpunt

Bij nacht en ontij waken twee kleine meisjes in hun vuurtoren over ons.

Er is Lampje. Tenminste, als ze de lucifers bij heeft. Lampje van de gelijknamige veelbekroonde debuutroman van Annet Schaap, over dat kleine meisje dat na een fatale storm zonder vuurtorenlicht gaan werken moet in een huis waar een monster zou wonen.

En er is Lilja. Vele honderden kilometers noordwaarts. Bewaakster van het noorderlicht. Eenzaam. Tot ze het lied van De meest eenzame walvis ter wereld hoort. (Kim Crabeels en Sebastiaan van Doninck (ill.).)

Twee meisjes in twee boeken die tot lange voorleesmomenten uitnodigen. Want: hoe heerlijk om de poëtische zinnen van Annet Schaap en Kim Crabeels tijdens het voorlezen te laten weerklinken, te laten neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Sommige vlokjes vangen de kinderen op, andere niet. (Maar hoeft dat dan?). Beide verhalen vragen aandacht van kinderen en krijgen dat ook. Luister zelf even mee: (uit Lampje) “Ze rolt zich om haar angst heen en blijft op de koude grond liggen luisteren.” Of uit De meest eenzame walvis ter wereld: “Ik zucht ‘waar blijf je?’ in een schelp. De schelp verdwijnt naar zee en ik slenter terug naar huis. Verdriet dat duurt, weegt door. Daarom word ik zwaarder.”                       En hoe adembenemend geeft Sebastiaan van Doninck het noorderlicht met de magisch bewegende lichtbogen, stralenbundels en lichtgordijnen weer, in een kleurenpalet dat geen woord precies kan beschrijven. Geen Instagram proof beeld kan er aan tippen. “W-A-U-W!” riepen de kinderen spontaan uit. En nog eens “W-A-U-W!”.

De meest eenzame walvis ter wereld

Om lang van te genieten.                                                                                                                                      @ De meest eenzame walvis ter wereld, Kim Crabeels en Sebastiaan van Doninck (ill).                 Beeld via http://www.uitmetvlieg.be

Lampje en Lilja. Lilja en Lampje. Klein maar vastberaden. Met bij zich: ontroerende verhalen en prachtige beelden. In tijden van vroege avonden een fijne gedachte.

Beestenboel

Ken jij één kind dat niet van dieren houdt?
Vast niet.

Dieren zijn dan ook vanzelfsprekend in verhalen, gedichten en prentenboeken.
Nijntje, Klein Wit Visje, Kleine Ezel, Dikkie Dik, Pingu, Kikker, Rikki, Elmer, Kleine Muis, Kikker en Pad, Wolf en Hond, Vos en Haas… Peuters, kleuters en eerste lezers zijn er dól op.
Voor oudere kinderen vinden wij de boeken van Bibi Dumon Tak een echte aanrader.

Bibi Dumon Tak

@ Bibi Dumon Tak en Fleur van der Weel (ill.), Bibi’s bijzondere beestenboek, Querido. Bibi Dumon Tak en Martijn van der Linden (ill.), Winterdieren, Querido. Bibi Dumon Take en Fleur van der Weel (ill.), Bibi’s doodgewone dierenboek, Querido

In enge zin schrijft de Nederlandse informatieve boeken over dieren. Maar haar werk biedt zoveel meer: het is geestig, helder en sfeervol geschreven met een grote liefde en fascinatie voor het onderwerp. Bibi Dumon Tak is werkelijk een meester in dit genre. Luister even mee: “Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. De luiaard slaapt. Ssssst. Hij hangt ondersteboven aan zijn klauwen aan een tak. Als een harig hangmatje. Als het oerwoud om hem heen wakkert wordt, doezelt de luiaard verder. En als het oerwoud weer slapen gaat, soezelt de luiaard nog steeds.” (uit: “Bibi’s bijzondere beestenboek“). Wat een rake beschrijving! Waan jij je al in de jungle?

Mijn kinderen houden in het bijzonder van “Bibi’s bijzondere beestenboek“, “Winterdieren” en “Bibi’s doodgewone dierenboek“. Deze drie boeken bundelen korte dierenportretten met leuke en interessante weetjes over een bonte stoet van dieren, gaande van egels, rendieren, narwals en prieelvogels tot luiaards, luizen en zelfs teken. Elk dier – aaibaar of niet – is voor Bibi Dumon Tak uniek en bijzonder.

Deze kortverhalen zijn ook ideaal om voor te lezen: ze nemen kinderen mee naar een prachtige, vaak onbekende wereld. Kinderen verbazen en verwonderen zich over al die grote en kleine dieren te land, ter zee en in de lucht. Eén dierenportret is als een heerlijk aperitiefhapje dat hen trek geeft in meer. En méér willen ze zeker, geloof me.

Haar hele oeuvre werd in Nederland recent bekroond met de driejaarlijkse Theo Thijssenprijs voor kinder – en jeugdliteratuur, 60 000 euro waard. Volkomen terecht! Ze schrijft dan ook… beestig goed. (Deze kon ik niet laten liggen.)

(In het kader van Werelddierendag, 4 oktober)

Een poëtisch raadsel

Een raadsel in verzen…

Mét gebruiksaanwijzing:
– lees eerst de twee vragen
– geef je antwoord
– lees verder
– glimlach

Wie haalt het hoogste blaadje
uit de bomen in het bos?
Is dat de olifant, de aap of de giraf
of misschien de slimme vos?

Wie plukt het hoogste.JPG

Ik, trompettert de dikke olifant,
met mijn lange slurf
kan ik makkelijk komen
bij de blaadjes in de bomen.
En hij plukte ze van de laagste tak,
hoger komen kan hij niet.

Ik, zeg de giraf, ik kan hoog,
hoger kan er niemand komen
Ik haal de hoogste blaadjes
uit de hoogste bomen.
En hij rekt en rekt, maar bij
de hoogste blaadjes komt hij niet.

Ik, lacht de vlugge aap,
klim veel hoger in de bomen
dan de olifant of de giraf,
ik kan veel hoger komen.
Maar de hoogste tak breekt af,
de hoogste blaadjes pakt hij niet.

Ik, denkt de kleine vos,
wacht tot het herfst is in’t bos,
dan laten alle hoge bomen
alle blaadjes los.”

(Leendert Witvliet
in: Edward van de Vendel en Carll Cneut (ill.), Fluit zoals je bent. De Eenhoorn
Fluit zoals je bent” brengt een selectie van Nederlandstalige dierengedichten waarin een bonte stoet van dieren de revue passeert.)

En, goed geraden?
Dit geestige gedicht van Leendert Witvliet blijkt tijdens voorleesmomenten telkens een voltreffer bij kinderen én volwassenen. Al die keren werd slechts één maal – echt waar- het juiste antwoord geraden – door de pientere zesjarige jongen S.
Fijne herfst gewenst!

Als de kat in huis is

Zweden en kinderboeken…Dan denken we spontaan aan Astrid Lindgren.
Pippi Langkous, Lotta en haar broer en zus, Madieken en Liesbet, de kinderen van Bolderburen,…Het zijn al decennia lang kameraadjes.

Wel, niet alleen zij, ook een oude man en zijn poes hebben de Zweedse kinderharten veroverd: Pettson en Findus, de populaire boekenreeks van Sven Nordqvist.
Ook mijn kinderen zijn Opa Pettson en in het bijzonder zijn poes Findus zeer genegen. (“Als we een poes krijgen, noem ik hem Findus!”) Samen rond het prentenboek waanden we ons echt bij hen thuis, in hun weinig ordelijke maar gezellige houten, rode huisje. ‘s Ochtends wandelden we samen naar het kippenhok. We smulden mee van de pannenkoekentaart om drie maal per jaar de verjaardag van Findus te vieren. En we grinniken om de mukkels, fantasiewezentjes die in de illustraties hun eigen verhalen beleven.

PEttson en Findus2e

@ Sven Nordqvist, Vossenjacht/Pettson gaat kamperen/Pannenkoekentaart/Toen Findus klein was. Uitgeverij Davidsfonds

Pettson en Findus zijn in Zweden een echt begrip. (Ik zag één van hun boeken eens opduiken in een Zweedse T.V.-reeks.) Het onafscheidelijke duo maakt zelfs deel uit van de immobiliënwereld. Een Zweedse kennis van mijn man vertelde dat het typische Zweedse houten, rode (zomer)huisje op het platteland – de droom van veel Zweden als tweede verblijf- aangeprezen wordt als “een huisje van Pettson en Findus”.

Zweeds huisje

Een huisje van Pettson en Findus. @ Travel Bird

Een huisje van Pettson en Findus…klinkt aanlokkelijk want gezelligheid verzekerd!
Of toch eerst even binnengaan in dat peperkoekenhuisje met die aardige oude vrouw? We blijven niet lang hoor.

(Opgedragen aan poes Spatje, de jonge kater van onze twee neefjes. Met zijn olijke capriolen doet hij me aan Findus denken. Geef die poes een groen petje en een groen gestreept broekje, dacht ik, en daar heb je nog een Findus.)

Ahoy!

De jeugdbibliotheek van Mechelen zet graag nieuwe aanwinsten (letterlijk) in de kijker. Om te prikkelen, om uit te nodigen, om te verrassen.
Op die manier ontdekte ik vorig jaar Reine De Pelseneer, een tot dan voor mij relatief onbekende Vlaamse auteur. Ik bladerde in haar nieuwe gedichtenbundel “Ahoy” (ill. Ann de Bode) en… was meteen verkocht.

ahoy

@ Reine De Pelseneer en Ann de Bode (ill.), Ahoy, De Eenhoorn

Niet elke recensent is helemaal overtuigd. Ja, ongetwijfeld bestaat er kinderpoëzie die subtieler, diepzinniger, “volwassener” is. Maar ik lees regelmatig uit “Ahoy” voor – thuis of in de bibliotheek – en ik merk dat haar gedichten in de smaak vallen.

In mijn (moeder)ogen verwoordt Reine De Pelseneer vaak precies hoe jonge kinderen denken en voelen. Ze lijkt goed naar kinderen geluisterd te hebben. Het lievelingsgedicht van mijn jongste is bijvoorbeeld “Logeren” want zij kijkt telkens reikhalzend uit naar het logeermoment met haar nichtje. “We babbelen tot ‘s avonds laat en lachen om het meest. Dus nu weet ik het zeker: logeren is een feest.” Inderdaad, zo verlopen logeerpartijtjes…
Reine De Pelseneer biedt toegankelijke en duidelijke poëzie. Ideaal als eerste kennismaking of als opstapje naar andere (subtielere) poëzie. Immers, hoeveel kinderen lezen of luisteren tegenwoordig naar poëzie, buiten de schoolcontext om? De gedichten zijn ook ideaal om voor te lezen én om naar te luisteren. Niet elk gedicht leent zich immers zo maar tot voorlezen aan minder – geoefende oren.

Een tijdje geleden las ik aan een derde leerjaar “De dingen” voor. “Als je goed kijkt, heeft de kraan een slurf. De brievenbus hapt brieven met haar bek en de windmolen wuift tot ik duizel als gek. (…) Al lijken de dingen saai en stil, ze beginnen te leven als jij dat wil.” Spontaan wees een jongen naar de voorleeszetel – zo een ouderwetse zetel waarin je lekker achterover kan leunen – en riep: “Kijk, dat is precies de opengesperde muil van een nijlpaard!”. Waarop ook de andere leerlingen enthousiast in het rond keken en luidop over “dingen die leven” fantaseerden. Prachtig toch, niet?