Déjâ-lû*

Het is een typevoorbeeld van Vlaanderens troosteloze bruggeninfrastructuur. Toch fascineert die barre plek onder de spoorwegbrug van onze stad ons al jaren. Want op een van de muren staat in grote onuitwisbare hoofdletters: EEKHOORN ZOEKT MIER. Eekhoorn zoekt mier? Dan denken wij natuurlijk spontaan aan Toon Tellegen, de meester van de filosofische dierenverhalen.

IMG_20200328_150400

Geen idee wie dit heeft gedaan maar geestig is het wel.

Al meer dan 35 jaar spant de Nederlander in dit literaire genre de kroon. Wat is zijn geheim? Bestaat er misschien een uniek Toon Tellegen – gen? Wel, het blijkt niet vanzelfsprekend om zijn signatuur heel precies in woorden te vatten. Het is vooreerst een persoonlijke ervaring. (Geldt dat de facto niet voor elk verhaal?)

In essentie gebruikt Tellegen in zijn sfeervolle verhalenbundels steeds dezelfde vertelprincipes. Naast de eekhoorn en de mier treden onder meer de olifant, de beer, de egel, de vuurvlieg en de boktor naar voor. Hun leven is weinig opzienbarend: ze gaan bij elkaar op bezoek, eten taart, vieren een verjaardag, dansen graag of schrijven een brief.  Niks bijzonders aan. Elk dier heeft zo zijn neigingen, onhebbelijkheden of voorkeuren. En in hun leunstoel of onder de rozenstruik stellen ze zich voortdurend vragen, veel vragen. Over wat ze (niet) willen, (niet) kunnen of (niet) weten. Of over vriendschap, boosheid, verveling, eenzaamheid of tijd. Alle mogelijke gedachten, verlangens en stemmingen die ook ons mensen raken komen aan bod. De sterkte van Tellegen is dat hij binnen deze basisthema’s telkens (soms subtiele) originele variaties aan brengt. Het is herkenbaar en toch nieuw en verrassend. Niet al zijn verhalen zijn even sterk maar nooit wordt het een doorslag van vroeger werk. Intussen heeft hij al meer dan 40 verhalenbundels over de eekhoorn en zijn kompanen op zijn naam. En het ziet er niet naar uit dat de 78 – jarige auteur zijn pen snel zal neerleggen.

Bovendien slaagt Tellegen er als geen ander in de muur tussen jeugdliteratuur en volwassenliteratuur neer te halen. In bibliotheken prijken zijn boeken ook in de afdeling voor volwassenen, tussen ronkende namen en Nobelprijswinnaars. Ik zou zelfs durven stellen dat volwassenen zijn werk meer waarderen dan kinderen. In zijn verhalen gebeurt immers weinig tot niets. De finesse zit net in de verschillende betekenislagen, in de fijne glimlach, in zijn spelen met taal. Kinderen kunnen zijn verhalen als eentonig of zelfs saai ervaren. Ja, ik weet waarover ik spreek. Want ik herinner me nog levendig dat ik thuis eens uit zijn werk voorlas. Ik weet echt niet meer wat; in elk geval kon eekhoorn maar geen beslissing nemen, hij bleef wikken en wegen, weifelen en twijfelen. Wou hij dit of toch dat, of nee toch dit…? Dat ging zo maar door tot de jongste zich ineens diep zuchtend op haar bed achterover liet vallen en met veel pathos uitriep: “EEKHOORN, DOE dan toch IETS!” Ze was zijn passieve houding zo hartsgrondig beu dat het voor haar echt niet meer hoefde.

Tegenwoordig lees ik Tellegen zoals ik een grote doos heerlijke bonbons met verschillende smaken benader. (En zo lees ik hem ook voor.) Af en toe kies ik er zorgvuldig eentje uit. En neem het verhaal heel langzaam in mij op om me nog lang daarna over de smaak te verheugen. Heb jij ook zin in Tellegen gekregen? Wel, in een volgende blogpost deel ik graag mijn favoriete Tellegen-spekke met jullie. Lees smakelijk!

 

* Naar een column van Peter Jacobs in De Standaard Letteren, 21/02/2020