Caleidoscoop

Heb jij ook al dat bijzondere gevoel bij een boek ervaren? Geloof me: het is als een schitterende caleidoscoop. Kijk maar…

Er is opwinding, grote blijdschap en dankbaarheid wanneer je na een paar pagina’s beseft dat je een uitmuntend boek lezen mag. En een diep gevoel van welbehagen (mag ik het zelfs een vorm van wellust noemen?) wanneer originele, rake en fijnzinnige observaties zich voor jou ontvouwen. En ook een hevig verlangen dat grenst aan bezetenheid om op elk vrij moment verder te lezen. Wachten op iets of iemand blijkt dan ineens een royale zegening. Ja, het is als op een heerlijke roze wolk lezen; even helemaal weg van deze aardse wereld. Maar tegelijkertijd, ook al vermoed je ogenschijnlijk niets, dreigt het onafwendbare einde. Daar is de laatste zin, het laatste woord, het finale punt. Wat rest is de leemte, even niet meer weten wat en hoe. En de prangende vraag: komt deze buitengewone gemoedstoestand ooit nog terug?

Wel, dit exacte gevoel hadden mijn dochters en ik destijds tijdens het voorlezen van De Grote Vriendelijke Reus (GVR), de klassieker van Roald Dahl (1916 – 1990). Wij hadden ons als mensbaksels laten meevoeren naar Reuzenland, hadden akkiebakkie snoskommers gegeten en verrukkelekukkelijke fropskottels gedronken (en sorry voor onze flitspoppers), blijelijk om zijn fantastelijke husseltaal geschaterd en een vermetel plan bedacht om gemene reuzen als Bottenkraker, Schrokschranzer en Meisjesstamper te verschalken. En dat alles vonden we heerlijk! Was daar dan toch neeneenee! de onvermijdelijke ontknoping. Verhaal afgerond. Boek uit. Echt, we voelden ons verweesd, verlaten – als was een dierbare ons onverwacht ontvallen. Zo gehecht waren we aan de GVR.

gvr

De GVR: een vriend voor het leven (illustratie van Quentin Blake)

Een nieuw boek lezen? Nee, dat konden we niet onmiddellijk. Voelde te veel als verraad. Veel liever bleven we nog even op de schouders van de GVR zitten, mijmerend over onze magische avonden in zijn gezelschap.

 

Naar aanleiding van de geboortedag van Roald Dahl op 13 september.

Zinnen van zijde*

Enigszins verrassend won ze dit jaar met Alles komt goed, altijd de Woutertje Pieterse Prijs*: Kathleen Vereecken. Enkele Nederlandse recensenten meenden dat de taal van het tienjarige hoofdpersonage ongeloofwaardig is. Het is niet de taal van een kind maar die van de volwassen literaire schrijfster, vinden ze. Zoals hier: “Ik voelde geen warmte, maar ik hoopte op de woorden die erbij pasten. Woorden die even geruststellend zouden zijn als de warmte van zijn hand.” Daar is zeker iets van aan. Al kan het boek vast ook gelezen worden als een persoonlijk relaas, later opgeschreven door iemand die door de ingrijpende gebeurtenissen vroeg wijs, ernstig en zelfbewust werd.

Eenzelfde opmerking geldt voor haar boek Zijdeman, over de ervaringen van een 15 – jarig meisje en haar vijf jaar jongere broer die na de verdwijning van hun vader – een zijdehandelaar- zelf zijderupsen willen kweken. Mooie taal, prachtig… bij momenten zelfs adembenemend…. Alleen, is dit de taal van een adolescent? Van een kind?

20190729_120046

Van het boek wordt de animatiefilm Silk Man gemaakt die eind 2021 in de zalen wordt verwacht.

Ach! Laten we eens níet naar onze analytische Mind luisteren maar gewoon van haar taal genieten. Langzaam, met gesloten ogen, als van een heerlijke ijspraline. Proef maar: “Het besef sijpelde maar langzaam door. Als druppels water door een dik zeil. Eerst aarzelend, niet meer dan een vraag die in ieders ogen te lezen stond, zonder dat iemand ze hardop durfde te stellen.” Heerlijk! En weet je, Zijdeman bevat een hele doos vol!

 

* De titel ontleende ik van de recensie van Hanneke de Jong op www.boekenbijlage.nl

* Prijs voor het beste oorspronkelijke Nederlandstalige kinder- en jeugdboek van het afgelopen jaar

Lichtpunt

Bij nacht en ontij waken twee kleine meisjes in hun vuurtoren over ons.

Er is Lampje. Tenminste, als ze de lucifers bij heeft. Lampje van de gelijknamige veelbekroonde debuutroman van Annet Schaap, over dat kleine meisje dat na een fatale storm zonder vuurtorenlicht gaan werken moet in een huis waar een monster zou wonen.

En er is Lilja. Vele honderden kilometers noordwaarts. Bewaakster van het noorderlicht. Eenzaam. Tot ze het lied van De meest eenzame walvis ter wereld hoort. (Kim Crabeels en Sebastiaan van Doninck (ill.).)

Twee meisjes in twee boeken die tot lange voorleesmomenten uitnodigen. Want: hoe heerlijk om de poëtische zinnen van Annet Schaap en Kim Crabeels tijdens het voorlezen te laten weerklinken, te laten neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Sommige vlokjes vangen de kinderen op, andere niet. (Maar hoeft dat dan?). Beide verhalen vragen aandacht van kinderen en krijgen dat ook. Luister zelf even mee: (uit Lampje) “Ze rolt zich om haar angst heen en blijft op de koude grond liggen luisteren.” Of uit De meest eenzame walvis ter wereld: “Ik zucht ‘waar blijf je?’ in een schelp. De schelp verdwijnt naar zee en ik slenter terug naar huis. Verdriet dat duurt, weegt door. Daarom word ik zwaarder.”                       En hoe adembenemend geeft Sebastiaan van Doninck het noorderlicht met de magisch bewegende lichtbogen, stralenbundels en lichtgordijnen weer, in een kleurenpalet dat geen woord precies kan beschrijven. Geen Instagram proof beeld kan er aan tippen. “W-A-U-W!” riepen de kinderen spontaan uit. En nog eens “W-A-U-W!”.

De meest eenzame walvis ter wereld

Om lang van te genieten.                                                                                                                                      @ De meest eenzame walvis ter wereld, Kim Crabeels en Sebastiaan van Doninck (ill).                 Beeld via http://www.uitmetvlieg.be

Lampje en Lilja. Lilja en Lampje. Klein maar vastberaden. Met bij zich: ontroerende verhalen en prachtige beelden. In tijden van vroege avonden een fijne gedachte.

Dertig jaar later

Blozende kaken had ik. En wellicht ook rode oortjes. Want het ging over de eerste verliefdheid, handjes vasthouden en kussen. Voor de prille tiener die ik toen was een onbekende, spannende wereld.

Bijna 12 was ik en ik las Duet met valse noten, de debuutroman van een piepjonge Bart Moeyaert. Een intense ervaring waarbij ik het verhaal helemaal beleefde, alsof ik de hoofdpersonages écht kende. Jaloers was ik op hun ontluikende liefde (want ik had zelf kriebels maar durfde niks te zeggen). En dan: de ergernis om hun koppigheid tijdens de ruzie; de schok van het ongeval; de tranen om hun verwijdering en de hoop dat alles goed zou komen. Want voor mij komt het weer goed (ook nu nog) want ze horen bij elkaar. Liselot en Lander. Lander en Liselot.

duet met valse noten

 
De cover van Duet met valse noten uit de jaren ’80.

Later, als adolescent en volwassene, verloor ik Bart Moeyaert enigszins uit het oog. Best gek eigenlijk, want zijn boeken werden steeds bejubeld en veelvuldig bekroond. En toch.

Die dag neem ik bij een kop thee de lovende recensie over zijn nieuwste jeugdroman Tegenwoordig heet iedereen Sorry door. Op slag reis ik terug in de tijd: hoe ik voor het boekenrek in de kleine jeugdbibliotheek van mijn geboortedorp sta, Duet met valse noten vastneem en tegen mezelf zeg dat Lander echt een wel een rare naam is. De herinnering voelt als een onverwachte, hartelijke ontmoeting met een jeugdliefde. Natuurlijk, bedenk ik, hoe kon ik hem vergeten… Bart Moeyaert.

Hier, lees dít eens, zeg ik aan mijn bijna 12 – jarige dochter. Het klinkt haast als een bevel. Ik overhandig haar Duet met valse noten. Stiekem sla ik haar gade. Snel weet ik: het verhaal laat ook haar niet los. Ze leest met dezelfde gloed als ik toen. Oogluikend sta ik toe dat ze ver na bedtijd verder leest. Ja, wat een mooi boek, zegt ze. Waarom precies weet ze niet. Hoeft ook niet. Ik heb genoeg gezien. Heeft ze in literair opzicht betere boeken gelezen (ook van Bart Moeyaert zelf)? Zeker wel. Maar daar gaat het niet om. Wel om wat ze voelde en ervaarde; om de herinnering.

Duet met valse noten als gedeelde herinnering van een moeder en een dochter. Het maakt me blij en dankbaar. En in mijn hoofd maak ik – klik- een beeld. Voor onderweg.

 

 

Blaaskaak

1069 pagina’s.

Zoveel tijd heeft Don Quichot nodig om tot het besef te komen dat hij zich als een dwaas heeft aangesteld. Zijn strijd tegen onrecht en onrechtvaardigheid tijdens zijn dwaaltochten door het Spaanse platteland bleek keer op keer te berusten op waan en zelfbedrog. Zijn tegenstanders bleken windmolens, schapen, wijnzakken, theaterpoppen.

Don Quichot

Don Quichot en zijn dienaar Sancho Panza – vrij en oneerbiedig te vertalen als “Heer Blaaskaak en Vette Pens” – groeiden dankzij het werk De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes (°1616) uit tot iconische figuren in de wereldliteratuur. Velen kennen het werk, weinigen hebben het gelezen. Jullie wel? Ik beken: ik niet, op een paar hoofdstukken na.* Dat is geen literaire schande, hoor. Dat bewees onlangs Michael De Cock, auteur en publicist, regisseur en hoofd van de KVS Brussel. In een interview met Klara over zijn actualisatie van Jacques Brels musical L’homme de la Mancha bekende hij zonder schroom enkel het kinderboek gelezen te hebben.

Ja, van Cervantes’ kanjer werden sterk vereenvoudigde kinderversies gepubliceerd, die een tiental van zijn bekendste fratsen omvatten. Zoals de bewerking van James Reeves, A.G en W.J. Van Melle (vert.) en Sieb Posthuma (ill.) en in het bijzonder de vlotte, mooie en toegankelijke versie van Rosa Navarro en Francesco Rouira (ill.), vertaald door Peter Janssen. Een fijne eerste kennismaking voor oudere kinderen met dit literaire erfgoed.

Don Quichot voor kinderen? Ja, het kan werken, op twee voorwaarden. Vooreerst dat het verhaal vlot en helder geschreven is – Rosa Navarro’s werk leent zich dan ook veel beter tot (voor)lezen dan James Reeves’ complexere taal. En daarnaast dat de kinderen niet te jong zijn. Ik spreek uit ervaring, o ja! Ik las ooit een fragment uit Reeves’ versie over Don Quichot in het poppentheater voor aan kleuters en prille lagereschoolkinderen. Dat bleek veel te hoog gegrepen. De tekst was te moeilijk waardoor hun aandacht snel verslapte, de personages boeiden hen niet en het tragikomische aspect ontging hen volledig. Op geen enkel moment kon ik me via het verhaal met hen verbinden en ze verveelden zich dan ook stierlijk. Het was een fiasco. Ik heb er geen ander woord voor. Een wijze les, dat wel.

Nu, in de kinderversies wordt elk avontuur in één hoofdstuk verteld. Toch is het geen verhaal om snel af te ronden. Veeleer nodigt het uit tot traag (voor)lezen – in dagreizen, alsof we zelf met Don Quichot meesjokken.

Maar… laten we (als volwassen lezer) niet vergeten dat De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha meer is dan een cataloog van zijn strapatsen, véél meer. Cervantes weefde als eerste fictie en realiteit door elkaar; dat vormt in het tweede deel de kern van het verhaal. En de tussenverhalen met een bont allegaartje aan personages (priesters, handelaars, boeren, lichtekooien), die wij als langdradig of storend kunnen ervaren, zijn vaak echt vermakelijk en geestig en zitten vol wijsheden.

Dus, laten we dit monument op gepaste wijze eren. Door het te lezen. (Beloofd.)

 

(* Naar aanleiding van de 400ste sterfdag van Cervantes op 23 april 2016 werd als eerbetoon tijdens het Festival van Vlaanderen – Mechelen Don Quichot integraal door vrijwilligers voorgelezen. Onder meer in de bibliotheek van Mechelen en in Boekhandel Salvator. Hoe gezellig was dat, zeg!)

Onze zomer met Anna

Anna Woltz komt regelmatig met ons mee uit de bibliotheek. Bij elk bezoek vertelt de Nederlandse verhalen waaraan mijn oudste zich kan laven.

Aangespoeld“, “Mijn bijzonder rare week met Tess“, “Meisje nummer 18“, “Gips“, “Ik kan nog steeds niet vliegen“, “Alaska“, “Zondag, maandag, sterrendag“… Ja, de 36 – jarige Woltz heeft al een indrukwekkend oeuvre bijeen geschreven.

Anna Woltz

Recensenten zijn doorgaans lovend over haar werk; het wordt als helder, vlot, spannend en tegelijkertijd ontspannend omschreven.
Ook kinderen zijn dol op haar verhalen. De voorbije acht jaar won ze maar liefst vier maal de Eerste Prijs van de lezersjury van de Vlaamse Kinder –en Jeugdjury (KJV), die uitsluitend uit kinderen bestaat.

Wanneer mijn oudste Woltz’ boeken leest, zie ik haar met “boekenogen” lezen. “Boekenogen” zijn ogen die lichtjes opengesperd blijven, nauwelijks lijken te knipperen, die woord na woord, bladzijde na bladzijde verslinden tot het allerlaatste woord is opgezogen. Alsof er een dwingend bevel van het boek uit gaat dat luidt: LEES.MIJ.NU!

Wat ons betreft is het duidelijk: onze zomer is voor jou, Anna!