Wintertaferelen

Laten we er een traditie van maken! Bij elk seizoen brengen we een passend gedicht uit de rijke Nederlandstalige kinder- en jeugdpoëzie.

Om het begin van de winter te vieren: “Daar ben je” van de Vlaamse schrijfster Gil vander Heyden. Rode kaken hebben we, en niet van de kou. Wel omdat we nu pas haar dichtwerk zoals Opgevouwen wit, Liefde zat je als gegoten en Kleine Stemmen ontdekken.

DSC_0040

Sneeuwpret in de wintertuin: poolvos gespot!

Winter vriest de straten dicht.

Buiten geeft zich over.

Daar. Daar waar het licht 

al niet meer komt. 

Daar ben je. 

Blauwe jas, blauwe muts.

Dun neusje.

Blauw van de kou.

Kom. Kom binnen.

Ons huis doet je blozen

van warmte.

 

(uit: De Boekenkrant Junior, november 2018)

Lichtpunt

Bij nacht en ontij waken twee kleine meisjes in hun vuurtoren over ons.

Er is Lampje. Tenminste, als ze de lucifers bij heeft. Lampje van de gelijknamige veelbekroonde debuutroman van Annet Schaap, over dat kleine meisje dat na een fatale storm zonder vuurtorenlicht gaan werken moet in een huis waar een monster zou wonen.

En er is Lilja. Vele honderden kilometers noordwaarts. Bewaakster van het noorderlicht. Eenzaam. Tot ze het lied van De meest eenzame walvis ter wereld hoort. (Kim Crabeels en Sebastiaan van Doninck (ill.).)

Twee meisjes in twee boeken die tot lange voorleesmomenten uitnodigen. Want: hoe heerlijk om de poëtische zinnen van Annet Schaap en Kim Crabeels tijdens het voorlezen te laten weerklinken, te laten neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Sommige vlokjes vangen de kinderen op, andere niet. (Maar hoeft dat dan?). Beide verhalen vragen aandacht van kinderen en krijgen dat ook. Luister zelf even mee: (uit Lampje) “Ze rolt zich om haar angst heen en blijft op de koude grond liggen luisteren.” Of uit De meest eenzame walvis ter wereld: “Ik zucht ‘waar blijf je?’ in een schelp. De schelp verdwijnt naar zee en ik slenter terug naar huis. Verdriet dat duurt, weegt door. Daarom word ik zwaarder.”                       En hoe adembenemend geeft Sebastiaan van Doninck het noorderlicht met de magisch bewegende lichtbogen, stralenbundels en lichtgordijnen weer, in een kleurenpalet dat geen woord precies kan beschrijven. Geen Instagram proof beeld kan er aan tippen. “W-A-U-W!” riepen de kinderen spontaan uit. En nog eens “W-A-U-W!”.

De meest eenzame walvis ter wereld

Om lang van te genieten.                                                                                                                                      @ De meest eenzame walvis ter wereld, Kim Crabeels en Sebastiaan van Doninck (ill).                 Beeld via http://www.uitmetvlieg.be

Lampje en Lilja. Lilja en Lampje. Klein maar vastberaden. Met bij zich: ontroerende verhalen en prachtige beelden. In tijden van vroege avonden een fijne gedachte.

Bakermat

In het album zijn het slechts twee foto’s maar in mijn hoofd heb ik een reeks van snel opeenvolgende beelden. De oudste is nog een baby, een ukje van zo’n vier maanden. Ze zit op de schoot van haar Vake, onzeker rechtop. Een stoffen boekje van Kikker van Max Velthuys ligt op hun schoot. Een boekje van vier pagina’s met eenvoudige, duidelijke tekeningen in felle kleuren: Kikker in zijn typische korte broek met witte en rode strepen wijst naar de lucht, ligt in het gras, speelt in het water. Vake wijst haar plaatjes aan en vertelt er wat bij. Wat dat korte vertelmoment met haar doet! Ze kijkt letterlijk haar ogen uit, volgt heel intens hoe de pagina wordt omgedraaid (nog een Kikker?!), wijst met haar mollige vingertje iets aan, haar vingertjes en teentjes friemelen van blijdschap. Ja, ze is merkbaar in haar schik!

Kikker Max Velthuys

Kikker van Max Velthuys was in hun prille kindertijd een echte favoriet.

Met of zonder boekje – hebben we niet allemaal intuïtief liedjes gezongen, kriebelspelletjes gespeeld, versjes en rijmpjes opgezegd tijdens het verschonen, bij het naar bed brengen, om te troosten, of gewoon zomaar, zonder reden? Hebben we niet allemaal onze baby’s en peuters geknuffeld met taal*? En vonden zij dat niet allemaal geweldig?

Ongetwijfeld wel! En ook het boek kan al vanaf de allereerste weken een mooie rol spelen. Voorlezen aan baby’s en peuters en samen het boek verkennen is heerlijk. Maar vaker zijn ze gewoon “bezig met boekjes”, in de meest letterlijke zin: sabbelen, gooien (en dan huilen omdat het weg is), frunniken en friemelen, slaan, spetteren in bad, ritselen en knisperen, bijten, open – en dichtdoen. (De knisperboekjes, badboekjes en stoffen en kartonnen boekjes kunnen best tegen een stootje, hoor.) Het boek wordt zo een trouwe metgezel in hun snelle motorische, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Tot het verhaal op zich een betekenis krijgt en een ontdekkingsreis door de wereld wordt.

Voorlezen aan jonge kinderen heeft een gunstige invloed op hun ontwikkeling – dat is uitvoerig bewezen. Mooi meegenomen natuurlijk. Maar dat is voor mij niet het belangrijkste. Het gaat mij om de beleving, om het samenzijn, om de herinnering aan die vele mooie momenten met Nijntje, Dikke Dik, Muis (Maisy) en Kikker. (De kinderen denken met veel tederheid aan hen terug.) En om die heerlijk friemelende teentjes natuurlijk.

Bakermat

Dikkie Dik en Muis: stuk gelezen in die eerste jaren.

(In het kader van Boekstart, een voorleesproject van Iedereen Leest gericht op baby’s en peuters. Meer informatie over Boekstart, Boekstartgemeentes, boekentips en het boekenpakket via Kind en Gezin op www.boekstart.be)

Met dank aan Narrata, Centrum voor bevordering van voorlezen en vertellen, voor de vorming “Interactief voorlezen aan baby’s en peuters” – nou ja “het bezig zijn met boekjes” zoals ze het zelf herformuleerden.

* Naar de mooie titel van een artikel in de Gezinsbondskrant (11/18) over voorlezen aan jonge kinderen.

 

 

 

Coda

“Maar zonder kan ik niet slapen!” pruilt ze. Die avond moet het vooruit gaan. Hupsakee. In bed. Nee. Geen verhaaltje. Te laat. Te moe. Te dit. Te dat.

De pruillip als ultieme argument. Ik ga overstag want ik besef: dit getouwtrek brengt ons nergens. En ook: is er niet altijd minstens een handjevol tijd om even te gaan zitten voor een verhaal, een vers, een vertelling?

Sindsdien reizen we steeds met een verhaal – een hoofdstuk, een fragment, een flard lang  – naar de monding van de dag. Een kattebelletje met woorden en beelden voor de dromen onderweg.

voorleesweek

(In het kader van de jaarlijkse Voorleesweek (17 – 25 november 2018) van Iedereen Leest.)

 

Dertig jaar later

Blozende kaken had ik. En wellicht ook rode oortjes. Want het ging over de eerste verliefdheid, handjes vasthouden en kussen. Voor de prille tiener die ik toen was een onbekende, spannende wereld.

Bijna 12 was ik en ik las Duet met valse noten, de debuutroman van een piepjonge Bart Moeyaert. Een intense ervaring waarbij ik het verhaal helemaal beleefde, alsof ik de hoofdpersonages écht kende. Jaloers was ik op hun ontluikende liefde (want ik had zelf kriebels maar durfde niks te zeggen). En dan: de ergernis om hun koppigheid tijdens de ruzie; de schok van het ongeval; de tranen om hun verwijdering en de hoop dat alles goed zou komen. Want voor mij komt het weer goed (ook nu nog) want ze horen bij elkaar. Liselot en Lander. Lander en Liselot.

duet met valse noten

 
De cover van Duet met valse noten uit de jaren ’80.

Later, als adolescent en volwassene, verloor ik Bart Moeyaert enigszins uit het oog. Best gek eigenlijk, want zijn boeken werden steeds bejubeld en veelvuldig bekroond. En toch.

Die dag neem ik bij een kop thee de lovende recensie over zijn nieuwste jeugdroman Tegenwoordig heet iedereen Sorry door. Op slag reis ik terug in de tijd: hoe ik voor het boekenrek in de kleine jeugdbibliotheek van mijn geboortedorp sta, Duet met valse noten vastneem en tegen mezelf zeg dat Lander echt een wel een rare naam is. De herinnering voelt als een onverwachte, hartelijke ontmoeting met een jeugdliefde. Natuurlijk, bedenk ik, hoe kon ik hem vergeten… Bart Moeyaert.

Hier, lees dít eens, zeg ik aan mijn bijna 12 – jarige dochter. Het klinkt haast als een bevel. Ik overhandig haar Duet met valse noten. Stiekem sla ik haar gade. Snel weet ik: het verhaal laat ook haar niet los. Ze leest met dezelfde gloed als ik toen. Oogluikend sta ik toe dat ze ver na bedtijd verder leest. Ja, wat een mooi boek, zegt ze. Waarom precies weet ze niet. Hoeft ook niet. Ik heb genoeg gezien. Heeft ze in literair opzicht betere boeken gelezen (ook van Bart Moeyaert zelf)? Zeker wel. Maar daar gaat het niet om. Wel om wat ze voelde en ervaarde; om de herinnering.

Duet met valse noten als gedeelde herinnering van een moeder en een dochter. Het maakt me blij en dankbaar. En in mijn hoofd maak ik – klik- een beeld. Voor onderweg.

 

 

Doodgewoon

Ik kijk er even van op. Ze vlijt zich tegen me aan, als een poes die kopjes wil geven. Zoals Poes uit Groetjes uit Poesbekistan, het boek op mijn schoot.

Al lange tijd weet ik: het voorleesverhaal moet de aandacht delen met andere, op dat moment even belangrijke zaken: koalaknuffels, playmobilfiguurtjes, strips, huiswerk. Ik lijk soms aan de muren voor te lezen. En toch, ze hebben elk woord gehoord.

Maar nu, bij dit ontroerende boek over het verlies van Poes, onderbreekt ze haar spel en komt naar me toe. Ze voelt een nood aan geborgenheid. (En dan komt de vraag: “Moeke, mogen wij ook een poes? Alsjeblièf?” )

Doodgewoon

Over de dood, afscheid en rouw zijn veel boeken te vinden. Voor ons spant één boek de kroon.

Boeken over “zware” onderwerpen zoals de dood, zijn bij ons thuis altijd vanzelfsprekend geweest. Niet zozeer als voorbereiding of ondersteuning van een proces (dan net niét, vinden we); wel als natuurlijk facet van het leven. Over de dood, afscheid en rouw zijn aardig wat boeken te vinden. We lazen ontroerende maar fijne verhalen (Lieve Oma Pluis, En dat is heel wat voor een kat, Hanna en ik). Maar ook verhalen die hen minder bekoorden (Springdag, Erik en Opa, Nooit is voor altijd). Net té filosofisch, net iets té verwarrend voor de kinderen: (met lichtjes angstige stem) “Komt die opa dan terug uit zijn graf? Dat kan toch niet? Of wel? Zal onze opa dat dan ook doen? Hoe dan?”. Ik juich uitdagende boeken toe, zeker wel. Maar wat heeft een kind er aan, denk ik, wanneer een boek grotendeels uitgelegd moet worden? Ja, dat kan de geest aanscherpen, maar ráákt het hen dan nog wel?

Ontroeren en bekoren. Dat doet Groetjes uit Poesbekistan zeker: Kim Crabeels met woorden, Seppe Van den Berghe met beelden (de achtergebleven afdruk van de snoet van Poes op het raam is bijzonder ontroerend). Het boek biedt de troost van een mok heerlijk warme chocolademelk, de geborgenheid van een spinnende poes aan je voeten, de warmte van een zacht dekentje op een kille herfstavond, de hoop van de eerste lentezon.

Groetjes uit Poesbekistan

Groetjes uit Poesbekistan is doodgewoon on-mis-baar in huis. Zoals een poes, wordt me gezegd.

 

Blaaskaak

1069 pagina’s.

Zoveel tijd heeft Don Quichot nodig om tot het besef te komen dat hij zich als een dwaas heeft aangesteld. Zijn strijd tegen onrecht en onrechtvaardigheid tijdens zijn dwaaltochten door het Spaanse platteland bleek keer op keer te berusten op waan en zelfbedrog. Zijn tegenstanders bleken windmolens, schapen, wijnzakken, theaterpoppen.

Don Quichot

Don Quichot en zijn dienaar Sancho Panza – vrij en oneerbiedig te vertalen als “Heer Blaaskaak en Vette Pens” – groeiden dankzij het werk De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes (°1616) uit tot iconische figuren in de wereldliteratuur. Velen kennen het werk, weinigen hebben het gelezen. Jullie wel? Ik beken: ik niet, op een paar hoofdstukken na.* Dat is geen literaire schande, hoor. Dat bewees onlangs Michael De Cock, auteur en publicist, regisseur en hoofd van de KVS Brussel. In een interview met Klara over zijn actualisatie van Jacques Brels musical L’homme de la Mancha bekende hij zonder schroom enkel het kinderboek gelezen te hebben.

Ja, van Cervantes’ kanjer werden sterk vereenvoudigde kinderversies gepubliceerd, die een tiental van zijn bekendste fratsen omvatten. Zoals de bewerking van James Reeves, A.G en W.J. Van Melle (vert.) en Sieb Posthuma (ill.) en in het bijzonder de vlotte, mooie en toegankelijke versie van Rosa Navarro en Francesco Rouira (ill.), vertaald door Peter Janssen. Een fijne eerste kennismaking voor oudere kinderen met dit literaire erfgoed.

Don Quichot voor kinderen? Ja, het kan werken, op twee voorwaarden. Vooreerst dat het verhaal vlot en helder geschreven is – Rosa Navarro’s werk leent zich dan ook veel beter tot (voor)lezen dan James Reeves’ complexere taal. En daarnaast dat de kinderen niet te jong zijn. Ik spreek uit ervaring, o ja! Ik las ooit een fragment uit Reeves’ versie over Don Quichot in het poppentheater voor aan kleuters en prille lagereschoolkinderen. Dat bleek veel te hoog gegrepen. De tekst was te moeilijk waardoor hun aandacht snel verslapte, de personages boeiden hen niet en het tragikomische aspect ontging hen volledig. Op geen enkel moment kon ik me via het verhaal met hen verbinden en ze verveelden zich dan ook stierlijk. Het was een fiasco. Ik heb er geen ander woord voor. Een wijze les, dat wel.

Nu, in de kinderversies wordt elk avontuur in één hoofdstuk verteld. Toch is het geen verhaal om snel af te ronden. Veeleer nodigt het uit tot traag (voor)lezen – in dagreizen, alsof we zelf met Don Quichot meesjokken.

Maar… laten we (als volwassen lezer) niet vergeten dat De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha meer is dan een cataloog van zijn strapatsen, véél meer. Cervantes weefde als eerste fictie en realiteit door elkaar; dat vormt in het tweede deel de kern van het verhaal. En de tussenverhalen met een bont allegaartje aan personages (priesters, handelaars, boeren, lichtekooien), die wij als langdradig of storend kunnen ervaren, zijn vaak echt vermakelijk en geestig en zitten vol wijsheden.

Dus, laten we dit monument op gepaste wijze eren. Door het te lezen. (Beloofd.)

 

(* Naar aanleiding van de 400ste sterfdag van Cervantes op 23 april 2016 werd als eerbetoon tijdens het Festival van Vlaanderen – Mechelen Don Quichot integraal door vrijwilligers voorgelezen. Onder meer in de bibliotheek van Mechelen en in Boekhandel Salvator. Hoe gezellig was dat, zeg!)