Kattenbelletje uit Rome

Onlangs bracht ik enige tijd door in de Ripetta, in een kroeg in een achterafsteegje in Rome. Ik ontmoette er Caravaggio met zijn onafscheidelijke hulp Cecco temidden van zijn drinkebroers. Ik was danig onder de indruk van zijn unieke werk, maar keek wel uit om hem niet te schofferen. Want Caravaggio, dat is de geniale schilder maar ook een temperamentvolle vechtersbaas met een stevig strafblad. In deze kroeg dook ook een zekere meneer Will Shaksbird op, een vreemde Engelse snuiter die toneelstukken schreef. Wat moest die hier?

Caravaggio meets Shakespeare. Dat is uiteraard historische fictie, van een ontmoeting laat staan band tussen beide was geen sprake. Het is wel een spannend uitgangspunt. Wat zouden deze twee grote meesters uit de prille 17de eeuw elkaar te vertellen hebben? Lost auteur Tomas Lieske mijn hoge verwachtingen in? Niet helemaal.

Wij van de Ripetta is onderhoudend, spannend en boeiend wat Caravaggio betreft (mijn god, wat een genie is Caravaggio toch!) maar het deel over Shakespeare is voor mij minder overtuigend. Feit of fictie? In dit geval verkies ik toch de feiten.

Radiostilte

Met een recensie van het Young Adultboek Radiostilte van de Britse bestsellerauteur Alice Oseman leg ik mijn pen voor het recensieplatform Pluizer neer. Waarom? Iets met gebrek en iets met tijd. Niks schokkends dus. Radiostilte… mijn laatste recensietitel is wel ironisch te noemen.

Ook op deze blog zal het even stil blijven. Ik voel dat het hoog tijd is om te herbronnen over de richting en inhoud van mijn boekenblog.
Geen adieu hier, maar wel een tot ziens! (Je kan me wel nog op Instagram lezen.)

Ik blijf uiteraard boeken verorberen. Hopelijk jij ook?

Leesprofiel

Momenteel ben ik Georges van de Vlaamse auteur Koen Peeters aan het lezen. Peeters’ nieuwste worp vertelt over enkele mannen met de naam Georges wiens levens heel subtiel met elkaar verbonden blijken. Dit boek uit 2023 zag ik enkele dagen geleden uitgestald in een klein boekenrek in onze bibliotheek, en ik nam het mee als vers leesvoer al was ik eigenlijk niet van plan om het nu te lezen. Zo gaat het wel vaker. Ik lees eerder ´toevallig´. Ik weet ook nog niet wat ik hierna zal lezen. Ook dat gebeurt wel vaker. Ik stel immers geen leeslijst op (tegenwoordig hip to be read genoemd), en lees vooral zonder planning en met open vizier.

Inspiratiebronnen Bij de kinder- en jeugdliteratuur vertrek ik meestal wel vanuit een welbepaalde auteur of illustrator. Voor een recensie voor Pluizer of een bijeenkomst van de Leesjury lees ik vaak ook andere boeken van de auteur of illustrator om me in werk, thema’s en stijl te verdiepen. Op die manier las ik voor het eerst een aantal boeken van Alice Oseman, Britse bestsellerauteur van Young Adult literatuur en bekend van de boekenhit (en Netflixhit) Heartstopper. Via de Leesjury heb ik ook al tal van mij minder bekende makers uit binnen- en buitenland ontdekt. Vorige week las ik bijvoorbeeld Alles wat groots voelt van Reine De Pelseneer en Zeevonk van Wendy Huyghe, twee jeugdromans van Vlaamse bodem.

Ik heb zelf een Instagramaccount voor boeken, maar haal zelden zelf inspiratie uit deelplatformen als Hebban en Goodreads of sociale media als Booktok en Instagram. Ik vind er niet de rust die ik bijvoorbeeld wel vind in de literatuurbijlage van de krant De Standaard en de boeiende literatuuressays van het weekblad De Groene Amsterdammer. Regelmatig worden hier auteurs gerecenseerd die ik nog niet heb gelezen of die ik zelfs niet kén. Soms bekruipt me dan wel eens een kortstondig gevoel van ontmoediging, en vraag ik me stilletjes af of ik mezelf dan wel een literatuurkenner mag noemen. En waar vind ik überhaupt de tijd om nog maar een fractie uit dat ruime literaire aanbod te kunnen lezen? Maar hè, houd ik mezelf dan voor, lezen houdt toch geen enkele verplichting t.o.v mezelf in, en ik lees omdat ik ervan hou en toch niet om mezelf te bewijzen?

Over veel en weinig Het klinkt misschien vreemd voor een boekenblogster maar ik zou mezelf geen veellezer noemen. Ongetwijfeld zijn er veel meer mensen die veel meer lezen dan ik. Ik ben een eerder trage lezer en ik ga niet zo snel door een verhaal. Ik moet elke zin, zelfs elk woord proeven. Als een boek me niet kan boeien, heb ik geen moeite om het opzij te leggen. Ik leg mezelf dan ook geen leesdoelen op (x aantal boeken lezen in 2024) – anders dus dan veel lezers die op sites als Goodreads wel gretig leesstatistieken delen. Ik zou zelfs niet kunnen zeggen hoeveel boeken ik dit jaar heb gelezen. Niets moet, is mijn motto.

Er zijn momenten, periodes zelfs waarin ik bitter weinig lees. Vaak is dat omdat ik niet het geschikte boek vind dat me op dat moment echt kan raken of dat ik nodig heb. Begin dit jaar had ik ineens weer zo’n dorre leesperiode, en deze keer nam ik me voor om er actief iets aan te doen. Tegen mijn leesnatuur in koos ik bewust en planmatig voor een thema: Duitstalige vrouwelijke auteurs. Uit de bibliotheek nam ik Naar zee van Dörte Hansen en Dunkelbaum van Eva Menasse mee, twee hoog aangeschreven romans. Al snel merkte ik dat deze boeken mij op dat moment niet konden boeien. En alweer tegen mijn leesnatuur in bleef ik koppig en volhardend verder lezen tot ik finaal beide boeken moest opgeven. Niet uitgelezen, zelfs niet tot in de helft geraakt, en geen goed gevoel. Uiteindelijk kwam de leeshonger spontaan terug. Geen idee waar de vonk ineens vandaan kwam.

Het is moeilijk uit te leggen, maar het momentum is voor mij heel belangrijk. Vaak moet het een boek zijn dat op dat éne moment bij mij past. Het verborgen leven van bomen ligt hier bijvoorbeeld al jaren op mij te wachten. Het werd me enthousiast aangeraden door mijn man. Ik was er inderdaad in begonnen maar haakte af. Nu onze oude appelboom zich na een zware storm heeft neergelegd en ik treur om deze bewaker van onze tuin en ons huis, voel ik dat dit wel eens het juiste moment kan zijn om de draad terug op te nemen. Een boek aanvoelen, daar draait het bij mij om. Is dat bij jou ook zo?

(geschreven in zomer´24)

Omar en co

Ik schreef al eerder over de groeiende aandacht voor diversiteit, inclusie en representatie in de kinder- en jeugdliteratuur. Het voorbije decennium werden bij de verschillende literaire actoren stappen vooruit gezet. Maar laten we ons niet vergissen. Uit recent onderzoek blijkt immers dat er nog veel werk op de boekenplank ligt, in het bijzonder in de schoolbibliotheken. Hun boekencollectie blijkt doorgaans sterk verouderd met 2007 als gemiddeld publicatiejaar, dat is maar liefst 17 jaar geleden, een eeuwigheid dus. Verder blijkt er manifeste nood aan meer bewustzijn en kennis over het onderwerp en is het doorsnee boekenbudget ontoereikend..

Deze resultaten waren voor mij zonder meer ontluisterend. Ik meende verkeerdelijk dat scholen – zeker in de grotere steden toch plaatsen van (super)diversiteit – over het algemeen al verder stonden in de uitbouw van een inclusieve en representatieve boekencollectie. Mja, bleek ik hier even fel verblind door mijn eigen interesse voor dit onderwerp.

Leerkrachten lijken over het algemeen nog de weg naar vorming en aanbod te moeten vinden. Het is nochtans voorhanden. Zo kunnen leerkrachten, kinderverzorgers, bibliotheekmedewerkers en vrijwilligers op het online leerplatform over leesbevordering van Iedereen Leest gratis en op eigen tempo laagdrempelige vormingen volgen, o.m. over een divers en inclusief leesaanbod. In dit aanbod zullen ze ook de zeven boeken van schrijfster Zanib Mian en illustratrices Nasaya Mafaridik en Kyan Cheng vinden. Dit is een recente boekenreeks voor 8+ van grote waarde. Immers, hoeveel moslimjongens een moslimmeisjes ken jij als hoofdpersonages in een kinderboek? Doodgewone kinderen zoals Omar, Maysa en Musa?

Raketten bouwen, verdwenen koekjes en detective spelen, allemaal herkenbare kinderavonturen.

Omar en de tweeling Maysa en Musa groeien op in een modern, warm maar diepgelovig islamitisch gezin. Ze beleven herkenbare avonturen zoals eender welk kind, maar hun belevingswereld is door en door (ongedwongen) islamitisch. Ook de auteur en minstens een van de illustratrices hebben een islamitische achtergrond. Een uitstekend voorbeeld van representatie waarin veel kinderen zich zullen herkennen. Het hoort thuis in elke schoolbibliotheek.



Bruggenbouwer

Divers… Tot in een recent verleden – zelfs nog in de kleutertijd van mijn dochters van 17 en 15 – waren de meeste personages in de (Nederlandstalige) kinder- en jeugdliteratuur witte. heteroseksuele jongens en meisjes met een mama en een papa. Toen stonden we niet bij stil bij deze eenzijdige beeldvorming, die ook in de boekenwereld amper in vraag werd gesteld. Dat is nu wel even anders. Anno 2024 zijn de termen ‘diversiteit’ en ‘inclusie’ gemeengoed. Uitgeverijen, auteurs en illustratoren, literaire jury’s, bibliotheken en lezers hebben meer aandacht voor andere stemmen. Deze diversiteit en meerstemmigheid in personages, onderwerpen en makers op vlak van huidskleur, culturele of religieuze achtergrond, gender, seksualiteit, thuissituatie, beperking of neurodiversiteit zijn een literaire weerspiegeling van onze snel veranderende superdiverse samenleving.

Het begrippenkader ‘diversiteit’ en inclusie ‘ steunt volgens critici op verborgen of subtiele machtsstructuren, met een dominante groep met onevenwichtige macht over andere groepen. Het is immers deze dominante groep (lees: wit, autochtoon, heteroseksueel) die expliciet of impliciet bepaalt wie of wat ten opzichte van hen divers is (en dus anders dan hen) en/of beslist om de andere groepen al dan niet in te sluiten. Eerst zag ik eerlijk gezegd het probleem niet (en dacht weleens schamper dat “het ook nooit goed is”). Door me in het onderwerp te verdiepen kon ik uiteindelijk de subtiliteit van deze dominantie en macht onderkennen. Deze evolutie in mijn denken is op zich niet vreemd, en ik schaam me ook niet over mijn eerste reactie. Dit proces van bewustwording is per definitie een leerproces, het is zoeken en aftasten, soms leergeld betalen of over lastige vragen reflecteren. Dat is bij mij als individu zo. En dat is bij literaire instellingen als de jeugdbibliotheek niet anders.

Neem nu bijvoorbeeld hun labeling van het eerste boek over Wilma Wonder van Hanne Luyten. (Veel bibliotheken kleven nog letterlijk een label op hun kinderboeken, zoals ‘bang zijn’, ‘seizoenen’ of ‘vriendschap’, in lijn met algemene richtlijnen). Gewoon je eigen bijzonder zelf mogen zijn is het stokpaardje van deze Vlaamse auteur. Het personage Wilma Wonder speelt hierin complexloos een belangrijke rol. Fijn is dat wildebras Wilma ook een diverse vriendengroep heeft. Ze heeft enkele vrienden van kleur en een vriendin met een beperking, en ook hun thuissituaties zijn gevarieerd. Samen gaan ze met hun grenzeloze fantasie op avontuur. Het is een populair kinderboek op rijm waarin veel kinderen zich kunnen herkennen.
Tot voor kort kreeg het boek Wilma Wonder (uit 2021) in bibliotheken het label… ‘Anders zijn’. Wilma en deze diverse vriendengroep werden dus als anders beschouwd, terwijl het boek net overduidelijk gaat over helemaal jezelf zijn. Het was met de beste bedoelingen, maar het is en blijft een vreemde label. In de loop van dit jaar, bijna drie jaar na de eerste publicatie van Wilma Wonder, worden de oorspronkelijke labels dan toch aangepast naar ‘Jezelf zijn’.

Helemaal jezelf zijn bij Hanne Luyten.

Of representatief? Steeds vaker wordt in de literaire wereld de meer neutrale term ‘representatie’ gebruikt, in de zin van volwaardige vertegenwoordiging of aanwezigheid van de veelheid aan andere stemmen. Kinderen hebben in de boeken die ze lezen zowel spiegels als vensters (ook de term ´verrekijker´ wordt gebruikt) nodig. In eenzelfde boek kan het ene kind zichzelf herkennen, en zal het andere kind een ruimere blik op de wereld krijgen. Ik zou er nog een derde term of functie aan toevoegen: naast spiegels voor de ene en vensters/verrekijkers voor de andere zijn er ook bruggen nodig om elkaar te bereiken. Ik belicht graag twee uitstekende recente voorbeelden van representatie met deze drie functies. In deze prentenboeken over een andere culturele traditie worden deze feesten niet als ‘anders’, ‘uitzonderlijk’ of ‘vreemd’ of godbetert ´exotisch´ beschouwd, maar gewoon getoond zoals het is, als een vanzelfsprekendheid.

Feest bij Winki vertelt het universele thema van de verloren knuffel in de setting van een gezin met Chinese roots. Terwijl we samen met Winki knuffel Draakje zoeken, zien we op de achtergrond de voorbereidingen voor het Chinees Nieuwjaar. Opruimen, poetsen en versieren – dat is niet zo gek anders als bij het Westers Nieuwjaar. In de setting en de feestelijkheden zien we zowel verschillen als gelijkenissen. De Nederlands-Chinese illustratrice Sieo Jeng Tsao miste in haar jeugd rolmodellen in de jeugdliteratuur. Met haar mooie debuut bij de inclusieve uitgeverij Studio Sesam kan ze nu zelf haar steentje bijdragen.

In De laatste granaatappel van de Iraanse Fatemeh Nakhaei staat dan weer een oud Perzisch lichtfeest centraal. In de langste nacht van het jaar wordt in Iran, Afghanistan en Tadzjikistan het Yalda-feest gevierd, met een belangrijke rol voor de granaatappel. In dit prentenboek in aquarel is kleine Pouya op zoek naar een granaatappel, maar ook het konijn, de beer en de vos hebben die allerlaatste granaatappel nodig. Zie je de (h)erkenning voor de vele kinderen met Iraanse of Afghaanse wortels die hier leven en school lopen? En wij die rond dezelfde tijd Kerstmis vieren leren een feest met eenzelfde betekenis kennen, dat alleen een beetje anders wordt gevierd.

Kortom, twee kinderboeken met blinkende spiegels, ruime vensters/verrekijkers én stevige bruggen. Alles wat we nodig hebben om.elkaar te vinden.

Hemels geluk

In de mooiste stad ter wereld, Firenze, is een plek waar je de hemel kan aanraken.
Daarvoor moeten we naar de Biblioteca delle Oblate, een van de openbare bibliotheken van Firenze en gelegen in een klein voormalig klooster in de schaduw van de Duomo.

Op de tweede verdieping bevindt zich de cafetaria, met een open pandgang rond een heerlijk groene binnentuin met struiken en bomen. Het is eind augustus en de lokale studenten zijn terug in de stad. Er hangt een ongedwongen, gezellige sfeer. Studenten studeren of werken er, of praten en chillen met vrienden. Af en toe komt iemand (waarschijnlijk een toerist) kortstondig een foto nemen om dan snel weer te verdwijnen.

Ikzelf kan hier úren zitten met een boek en een koffie, elke dag opnieuw. Wat een voorrecht om hier te werken of te studeren denk ik jaloers, en in mijn hoofd rijpen wilde dromen over wonen en werken in Firenze. Dit is immers een bui-ten-ge-wo-ne plaats. Ik kijk recht naar de stralende koepel van de Duomo. Ik kan hem vanop mijn stoel haast aanraken, zo nabij lijkt hij. Terwijl ik van mijn koffie nip, zie ik mensen op de buitengalerij van de top van de koepel wandelen – dat is een van de toeristische trekpleisters. Ze zijn minuscuul, precies mieren. Het zegt alles over de majestueuze grootsheid van deze koepel, het symbool van deze magnifieke kunststad. Ach, mijmer ik, kon ik maar voor eeuwig en altijd blijven, hier op deze gelukzalige plek tussen hemel en aarde.

Consensus

De teerling is geworpen. De kinderen van de Leesjury hebben voor hun favoriete boeken gestemd. De top drie van mijn leesgroep Groep 3 (3de en 4de leerjaar) is bekend.

De winnaar van Groep 3 is weinig verrassend Bob Popcorn. Het is een flitsend, grappig en eerder eenvoudig verhaal met veel illustraties over de temperamentvolle maïskorrel Bob. Wanneer Bob ontploft van woede verandert hij in … popcorn. Het verbaast me niet dat Bobs capriolen bij zowat iedereen in de smaak vielen. Op de derde plaats staat de graphic novel (beeldverhaal) Raargebeurd: het rariteitenkabinet van Meneer Fred over mysteries als de verschrikkelijke sneeuwman en de Bermudadriehoek.

Zelf was ik bijzonder opgetogen met de tweede plaats voor het subtiel gelaagde Misjka van Edward van de Vendel, Anoush Elman en illustratrice Annet Schaap. Het dwergkonijntje Misjka is het nieuwe huisdier van de negenjarige Afghaanse vluchtelinge Roya en haar familie. Misjka wordt hun klankbord en maakt vooral bij Roya-die-nooit-huilt onverwachte emoties los. Dit ontroerende kinderboek over een vluchtelingenfamilie werd door volwassen recensenten en vakjury’s bejubeld en bekroond, bijvoorbeeld met de Boon 2023 voor Jeugdliteratuur. Dat ook kinderen dit literaire boek ten zeerste waarderen, is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Auteurs en illustratrice doen waar maar weinig makers in slagen: met een kinderboek zowel volwassenen als kinderen raken en begeesteren.

25 843

Tussen dinsdag 4 augustus 1942 en maandag 31 juli 1944 werden 25 490 Joden en 353 Roma en Sinti in 28 treintransporten vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts 1 251 van hen overleefden de nazi-kampen.

Over deze slachtoffers spreken we vaak in statistieken: 6 miljoen vermoorde Joden, bijna 26 000 gedeporteerden, 5% overlevenden. Maar achter elk cijfer klopt een hart, schuilt een mensenleven. Zoveel mensen, zoveel namen. Het is nauwelijks te bevatten. Wie herinnert deze mensen nog? Wie staat even stil bij hun leven? Het waren mensen zoals jij en ik. Alles werd hen afgenomen: hun plaats in de maatschappij, hun bezittingen, hun naam, hun geliefden, hun leven, een laatste rustplaats. Elk spoor van hun bestaan werd gewist. Omdat ze Joden, Roma en Sinti waren.

Elke naam telt In het museum Kazerne Dossin loopt sinds 4 oktober 2023 het unieke herdenkingsproject onder de veelzeggende banner Elke naam telt. Het museum zoekt 25 843 deelnemers om elk één naam van één gedeporteerde in te lezen. De toewijzing van de naam gebeurt op basis van een gemeenschappelijke voornaam, geboortedatum of leeftijd. Zo ontstaat een persoonlijke connectie tussen iemand van nu en een gedeporteerde van toen. Alle ingelezen namen zulle n weerklinken in het Memoriaal. Het Memoriaal bevindt zich in de Dossinkazerne, de plaats waar de Joden, Roma en Sinti verzameld, geregistreerd en uiteindelijk gedeporteerd werden. Dit project is dan ook veel meer dan het louter registreren van de 25 843 gedeporteerden. Het is een erkenning van hun mens-zijn, want op de plaats waar hun naam toen werd afgenomen, krijgen ze nu hun naam van ons terug.

Een fractie van de 25 843 namen.

We weten precies wie uit de Dossinkazerne is vertrokken, en wanneer. Dat is bijzonder. Voor elk transport werd in viervoud een gedetailleerde transportlijst opgesteld met de persoonlijke gegevens van elke gedeporteerde: naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats en beroep.. Bij hun chaotische vertrek op 3-4 september ‘44 hadden de Duitsers niet de tijd om de archieven van de Dossinkazerne te vernietigen. Op dat moment verbleven nog zo’n 600 Joden in de kazerne, klaar voor deportatie. Een van hen kreeg de opdracht om alle archieven te vernietigen. Dat heeft hij gelukkig niet gedaan.
Deze transportlijsten hebben ook een grote emotionele waarde. De meeste gedeporteerden werden immers onmiddellijk vergast in de gaskamers van Birkenau. Zij werden niet meer geregistreerd in de kampen van Auschwitz. De registratie in de Dossinkazerne was voor deze mensen dan ook de allerlaatste keer dat zij hun naam luidop konden uitspreken. Daarna werden ze definitief een transportnummer voor een specifiek transport, bijvoorbeeld nummer 890 van transport XVII.

De originele transportlijst van transport XVII met gedetailleerde gegevens van de gedeporteerden.
Bron: beeldbank van Kazerne Dossin

890\VXII Transportnummer 890 van transport XVII, dat is Sigismund Apfelbaum. Ik heb deze naam ingelezen voor het project Elke naam telt. We delen dezelfde geboortedatum. Sigismund werd in Antwerpen geboren op 29 juni 1941. Samen met zijn mama Zseni, zesjarige zusje Augusta en vierjarige broertje Alexander werd hij op 31 oktober 1942 met transport XVII gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Bij aankomst werd hij met zijn zus, broer en moeder onmiddellijk vergast. Hij was toen een peutertje van amper 16 maanden.

Het portret van Zseni Herskovics, mama van Sigismund.
Bron: beeldbank van Kazerne Dossin

Kleine Sigismund. Wie ben jij? Er is geen foto van jou. Misschien heb je wel de trekken van jouw mooie mama wiens portret we wel hebben. Je kon vast al stappen, misschien nog af en toe een beetje wankel. Ging je nieuwsgierig op verkenning, maar daarna altijd recht naar mama’s warme armen? Kon je ook al enkele woordjes brabbelen?
Hoe werd jij gearresteerd? Wisten ze waar jij woonde, of werd je verklikt? Hoorde jij de beangstigende klop op de deur? Hoe moet het voor jou geweest zijn? Met vele tientallen anderen in een kleine derdeklaswagon* voor een slopende reis van 1200 kilometer en 3 lange dagen naar een onbekende eindbestemming. Er werd jullie niks verteld. Waren er toen al geruchten over vreselijke kampen in het oosten? Heb je iets kunnen zien uit het kleine raampje onderweg naar de dood? Dorpen, velden en bossen gleden aan jou voorbij. Zat je op mama’s schoot, dicht tegen haar aan, met jouw duimpje in de mond – want mama zou jou toch altijd beschermen? Heb je gehuild van vermoeidheid, van honger en dorst, van angst, en heeft mama jou kunnen troosten?
Op het overvolle perron met uitgeputte kinderen, vrouwen, mannen en ouderen in het station in Auschwitz wachtte jouw doodvonnis: recht naar de gaskamer. Zat je op weg naar de dood op mama’s armen, of trippelde je tussen jouw broertje en zusje? Je zou een douche krijgen, zeiden ze, om te ontluizen. Daar ben je dan, een dreumes, helemaal naakt, tussen al die anderen, volwassenen, ook naakt. Waar blijft het verkwikkende water? En dan ineens komt het: geen water maar Zyklon B, een gif voor ongedierte. Binnen de 40 seconden was je bewusteloos, binnen de 2 minuten stopte jouw hartje met kloppen.
Je moet doodsangsten gevoeld hebben, ook van iedereen rond jou.
Heb je ooit kunnen bevatten wat er allemaal gebeurde?
Sigismund.

Biij de opname las ik driemaal zijn naam in: Sigismund Apfelbaum, 1 jaar. Bij de derde keer stokte mijn stem, want lieve kleine Sigismund, hoe wreed hebben ze jou behandeld. Omdat je Joods was. Omdat je klein was. Omdat je voor hen niets waard was.

*Latere transporten gebeurden met goederenwagons.

In beeld #7

Tijdens een lezing enkele jaren geleden verzuchtte illustrator Tom Schoonooghe dat recensenten vaak weinig aandacht hebben voor de illustraties in een verhaal. Ze staan wel uitgebreid stil bij de inhoud, plotontwikkeling, personages, compositie en stijl, terwijl de illustraties bij wijze van boutade omschreven worden als “en de illustraties zijn ook mooi”. Hij stelde de zaken misschien op scherp, maar ik voelde vooral een terechte vraag naar erkenning van hun vakmanschap.

Sindsdien kijk ik met een andere blik naar compositie, kleurgebruik en techniek in illustraties. Ik belichtte al eerder het concept van ‘gericht kijken’ en ‘kijken in veelvoud’. Eerlijk gezegd is dat voor iemand zoals ik zonder enige achtergrond in de beeldende kunsten soms een uitdagende oefening. En soms, hoera!, lijken de woorden vanzelf te stromen, zoals bij het visuele spektakel in Heel Keverburg kookt, een prentenboek over een kookwedstrijd voor zespotigen.

Hé, een kookwedstrijd voor zespotigen? Wie verzint zoiets? Dat kan alleen uit de koker van de Nederlandse schrijfster Bibi Dumon Tak komen. Wij zijn hier thuis al járen gretige lezers van haar leerrijke en vermakelijke verhalen over bekende en minder bekende (en dus onbeminde) dieren. En ja, uiteráárd schreef ik al een portret over haar.

Deze keer is de glansrol voor het materiaal van illustratrice Geertje Aalders. En dat is eenvoudig materiaal, namelijk papier en een papercut. Met een papercut sneed de veelgeprezen Nederlandse knipkunstenares minutieus 207(!) levensechte Keverburgers. Alles werd stuk voor stuk met de hand geknipt, van het kleinste voelsprietje tot de grootste vlindervleugel, van het zachte bloemblaadje tot de fragiele meeldraad, van de fijne bladnerf tot de stevige boomwortels. Dat moet een monnikenwerk zijn. Zo is de blauwe hibiscus op het spetterende slotfeest gemaakt uit blauwe uitgesneden bloemblaadjes met stampers van gele confetti op een klontje rubbercement en ingelegde blauwe en paarse sprietjes voor het kleurverloop. En dat is maar één voorbeeld van haar ragfijne vakmanschap. Volle aandacht voor haar illustraties is een rustgevende, haast meditatieve ervaring.

Aalders creëerde een fascinerende wereld van krioelende en wriemelende zespotigen boven, op en onder de grond. Haar beelden prikkelen al onze zintuigen. De cover bijvoorbeeld is een ware explosie van kleuren, geuren, sensaties, bewegingen en geluiden. Klinkt dit voor jou lichtjes overdreven? Kom, haal het boek in huis en leg je oor eens tegen de cover. Misschien hoor ook jij wel het brommen, roezemoezen, ronken, ruizen, snorren, suizen en zoemen. Magie met gewoon papier en een eenvoudige papercut.