Divers… Tot in een recent verleden – zelfs nog in de kleutertijd van mijn dochters van 17 en 15 – waren de meeste personages in de (Nederlandstalige) kinder- en jeugdliteratuur witte. heteroseksuele jongens en meisjes met een mama en een papa. Toen stonden we niet bij stil bij deze eenzijdige beeldvorming, die ook in de boekenwereld amper in vraag werd gesteld. Dat is nu wel even anders. Anno 2024 zijn de termen ‘diversiteit’ en ‘inclusie’ gemeengoed. Uitgeverijen, auteurs en illustratoren, literaire jury’s, bibliotheken en lezers hebben meer aandacht voor andere stemmen. Deze diversiteit en meerstemmigheid in personages, onderwerpen en makers op vlak van huidskleur, culturele of religieuze achtergrond, gender, seksualiteit, thuissituatie, beperking of neurodiversiteit zijn een literaire weerspiegeling van onze snel veranderende superdiverse samenleving.
Het begrippenkader ‘diversiteit’ en inclusie ‘ steunt volgens critici op verborgen of subtiele machtsstructuren, met een dominante groep met onevenwichtige macht over andere groepen. Het is immers deze dominante groep (lees: wit, autochtoon, heteroseksueel) die expliciet of impliciet bepaalt wie of wat ten opzichte van hen divers is (en dus anders dan hen) en/of beslist om de andere groepen al dan niet in te sluiten. Eerst zag ik eerlijk gezegd het probleem niet (en dacht weleens schamper dat “het ook nooit goed is”). Door me in het onderwerp te verdiepen kon ik uiteindelijk de subtiliteit van deze dominantie en macht onderkennen. Deze evolutie in mijn denken is op zich niet vreemd, en ik schaam me ook niet over mijn eerste reactie. Dit proces van bewustwording is per definitie een leerproces, het is zoeken en aftasten, soms leergeld betalen of over lastige vragen reflecteren. Dat is bij mij als individu zo. En dat is bij literaire instellingen als de jeugdbibliotheek niet anders.
Neem nu bijvoorbeeld hun labeling van het eerste boek over Wilma Wonder van Hanne Luyten. (Veel bibliotheken kleven nog letterlijk een label op hun kinderboeken, zoals ‘bang zijn’, ‘seizoenen’ of ‘vriendschap’, in lijn met algemene richtlijnen). Gewoon je eigen bijzonder zelf mogen zijn is het stokpaardje van deze Vlaamse auteur. Het personage Wilma Wonder speelt hierin complexloos een belangrijke rol. Fijn is dat wildebras Wilma ook een diverse vriendengroep heeft. Ze heeft enkele vrienden van kleur en een vriendin met een beperking, en ook hun thuissituaties zijn gevarieerd. Samen gaan ze met hun grenzeloze fantasie op avontuur. Het is een populair kinderboek op rijm waarin veel kinderen zich kunnen herkennen.
Tot voor kort kreeg het boek Wilma Wonder (uit 2021) in bibliotheken het label… ‘Anders zijn’. Wilma en deze diverse vriendengroep werden dus als anders beschouwd, terwijl het boek net overduidelijk gaat over helemaal jezelf zijn. Het was met de beste bedoelingen, maar het is en blijft een vreemde label. In de loop van dit jaar, bijna drie jaar na de eerste publicatie van Wilma Wonder, worden de oorspronkelijke labels dan toch aangepast naar ‘Jezelf zijn’.

Of representatief? Steeds vaker wordt in de literaire wereld de meer neutrale term ‘representatie’ gebruikt, in de zin van volwaardige vertegenwoordiging of aanwezigheid van de veelheid aan andere stemmen. Kinderen hebben in de boeken die ze lezen zowel spiegels als vensters (ook de term ´verrekijker´ wordt gebruikt) nodig. In eenzelfde boek kan het ene kind zichzelf herkennen, en zal het andere kind een ruimere blik op de wereld krijgen. Ik zou er nog een derde term of functie aan toevoegen: naast spiegels voor de ene en vensters/verrekijkers voor de andere zijn er ook bruggen nodig om elkaar te bereiken. Ik belicht graag twee uitstekende recente voorbeelden van representatie met deze drie functies. In deze prentenboeken over een andere culturele traditie worden deze feesten niet als ‘anders’, ‘uitzonderlijk’ of ‘vreemd’ of godbetert ´exotisch´ beschouwd, maar gewoon getoond zoals het is, als een vanzelfsprekendheid.
Feest bij Winki vertelt het universele thema van de verloren knuffel in de setting van een gezin met Chinese roots. Terwijl we samen met Winki knuffel Draakje zoeken, zien we op de achtergrond de voorbereidingen voor het Chinees Nieuwjaar. Opruimen, poetsen en versieren – dat is niet zo gek anders als bij het Westers Nieuwjaar. In de setting en de feestelijkheden zien we zowel verschillen als gelijkenissen. De Nederlands-Chinese illustratrice Sieo Jeng Tsao miste in haar jeugd rolmodellen in de jeugdliteratuur. Met haar mooie debuut bij de inclusieve uitgeverij Studio Sesam kan ze nu zelf haar steentje bijdragen.

In De laatste granaatappel van de Iraanse Fatemeh Nakhaei staat dan weer een oud Perzisch lichtfeest centraal. In de langste nacht van het jaar wordt in Iran, Afghanistan en Tadzjikistan het Yalda-feest gevierd, met een belangrijke rol voor de granaatappel. In dit prentenboek in aquarel is kleine Pouya op zoek naar een granaatappel, maar ook het konijn, de beer en de vos hebben die allerlaatste granaatappel nodig. Zie je de (h)erkenning voor de vele kinderen met Iraanse of Afghaanse wortels die hier leven en school lopen? En wij die rond dezelfde tijd Kerstmis vieren leren een feest met eenzelfde betekenis kennen, dat alleen een beetje anders wordt gevierd.

Kortom, twee kinderboeken met blinkende spiegels, ruime vensters/verrekijkers én stevige bruggen. Alles wat we nodig hebben om.elkaar te vinden.