Zeggenschap

(Over literaire prijzen en publieksprijzen)

Literaire prijzen De Boon voor Kinder- en Jeugdliteratuur, de Woutertje Pieterseprijs, de Gouden Griffel en Gouden Penseel, de Theo Thijssen-prijs, de Max Velthuijs-prijs, het Prentenboek van het Jaar, de Nienke van Hichtum-prijs, de Thea Beckman-prijs, de Gouden Poëziemedaille. Dat zijn momenteel alle literaire prijzen voor (oorspronkelijk) Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur. Niet slecht voor een kleine taalkundige regio, lijkt me – al is er een duidelijk geografisch onevenwicht, want Vlaanderen reikt met de Boon en de Gouden Poëziemedaille slechts twee trofeeën uit. Literaire prijzen zijn als aanmoediging en waardering voor auteur of illustrator van wezenlijk belang, zeker ook op financieel vlak. Voor kinderen (én volwassenen) vormen ze eveneens een belangrijke wegwijzer in het ruime boekenaanbod. Ook voor mij zijn ze een gids en baken.

Toch roepen deze prijzen ook vragen op. Zijn de bekroonde boeken niet vooral nicheboeken die de “modale” jonge lezer moeilijk bereiken? En in hoeverre dragen ze bij tot intrinsieke leesmotivatie en leesplezier van bijvoorbeeld occasionele of moeilijke lezers? De genomineerde en gelauwerde boeken (of auteur/illustrator bij een oeuvreprijs) hebben immers steeds een zekere literaire kwaliteit met een rijke taal, bijzondere illustraties of een geraffineerde verhaallijn. Het zijn wat men noemt “de betere boeken”. Laagdrempelige en populaire titels met veel plaatjes zoals Het leven van een loser, De waanzinnige boomhut of De keukenprins van Mocano zullen we nooit op een longlist vinden. Elke selectie, nominatie en bekroning is daarenboven in handen van een vakjury van volwassenen met kennis van zaken. Kinderen en jongeren – nochtans het doelpubliek – worden hierbij niet gehoord.

Publieksprijzen De Leesjury en de Poëziesterren zijn kinderen en jongeren wel aan zet. (Daarnaast zijn er nog enkele jongerenjury’s met een beperkte actieradius, zoals de Jonge Beckman-prijs voor historische jeugdromans en De kleine Cervantes, een lokaal Gents initiatief voor het eerste en tweede middelbaar.)
De Leesjury ontstond in 1981 als Kinder -en Jeugdjury (KJV) en is uitgegroeid tot een jaarlijkse leescommunity van meer dan 11 000 lezers van 4 t.e.m. 18 jaar, met vooral kleuters en lagere schoolkinderen. Per leeftijdscategorie bespreken de juryleden op individuele basis of in leesgroepjes zes of acht boeken, om uiteindelijk het beste boek te kiezen. De Poëziesterren voor het mooiste gedicht worden dan weer tweejaarlijks uitgedeeld door leerlingen van het kleuter – en lageronderwijs en het secundair onderwijs. De selectie van de titels van de Leesjury en de Poëziesterren mag dan wel door volwassenen gebeuren, de uiteindelijke bekroning is in handen van het doelpubliek zelf. Het zijn met andere woorden publieksprijzen of populariteitsprijzen die door auteurs en illustratoren oprecht worden gewaardeerd. En niet onbelangrijk om te vermelden: deze twee publieksprijzen van jonge lezers bestaan dan weer enkel in Vlaanderen.

Drie boeken van de Leesjury. Welke titel valt bij kinderen in de smaak?

Stem De Leesjury wil zoveel mogelijke lezers bereiken om hun leesplezier te stimuleren maar hen ook als lezer te doen groeien. Een uitgebalanceerde leeslijst met veel variatie is dan ook een absolute must. Zo zullen het 3de en 4de leerjaar dit jaar niet alleen gevestigde namen als Bart Moeyaert en Joke Van Leeuwen lezen, maar ook een laagdrempelig, geestig en flitsend boek als Bob Popcorn. Ik heb een sterk vermoeden dat Bob Popcorn bij veel kinderen in de smaak zal vallen. Misschien is het zelfs een potentiële winnaar. Ik ben ook benieuwd naar hun oordeel over het door volwassenen bejubelde Misjka van Edward van de Vendel dat dit jaar de Vlaamse Boon voor Kinder- en Jeugdliteratuur won. Zullen de jonge lezers zich even lovend uitspreken? Soms zijn hun beider standpunten gelijklopend, zoals bij het prentenboek Een zee van liefde van Pieter Gaudesaboos dat in 2022 de Boon won en een mooie 3de plaats bij de Leesjury behaalde. Soms durven ze al eens een heel andere richting uitgaan, met De waanzinnige boomhut van 13 verdiepingen als evident voorbeeld. Dit eerste deel van de bijzonder populaire reeks (ondertussen telt de boomhut geloof ik al 156 verdiepingen) won in 2015 overtuigend de Leesjury maar werd door mening volwassen selectielezers als een “verschrikkelijk” boek beschouwd. In de meeste gevallen bekronen ze een boek dat nauw aansluit bij hun leefwereld, waarin ze zich kunnen herkennen of dat in tekst en/of illustraties spannend, grappig of avontuurlijk is. Boeken waar zíj́ van houden dus. Volwassenen kunnen via de Leesjury trouwens voeling houden met de interesses en voorkeuren van kinderen en jongeren; kwestie van de ivoren toren te vermijden. En nee, de bekroonde boeken zijn niet allemaal pulpboeken of “verschrikkelijke” boeken. Wel integendeel hun keuzes getuigen dikwijls van ernst en goede smaak. Ze nemen hun stem niet licht op.



Leave a comment